
8.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de inrichting van het integraal risicomanagement (hierna IRM) en de beheersing van de risico's. Er vindt een terugblik en een vooruitblik plaats op het IRM. De belangrijkste thema’s rondom IRM worden hierin toegelicht.
8.2 Inrichting IRM
Het pensioenfonds voert de pensioenregeling uit conform de missie, visie, strategie en de doelstellingen zoals beschreven in de ABTN. Bij de uitvoering loopt het pensioenfonds risico’s. Het pensioenfonds heeft een IRM-beleid opgesteld waarin wordt toegelicht wat de bestuurlijke visie op risico’s is, wat de risicostrategie is en op welke wijze het pensioenfonds het risicomanagement heeft ingericht. Deze inrichting betreft zowel de inrichting van de governance als de inrichting van het risicomanagementproces. De governance met betrekking tot risicomanagement is gebaseerd op het 'Three Lines Model'.
Het intern toezicht wordt uitgeoefend door de raad van toezicht. De raad van toezicht heeft bij de uitoefening van het intern toezicht periodiek contact met alle drie de lijnen en met de externe accountant.
Governance risicomanagement
| Eerste lijn | Tweede lijn | Derde lijn | Vierde lijn |
|---|---|---|---|
| Risico-eigenaar | Controlefunctie | Interne audit | Intern toezicht |
| Primaire verantwoordelijkheid voor risicobeheersing | Identificatie, meting, monitoring en rapportage van risico’s op normenkader | Beoordeling van de opzet en effectiviteit van risicomanagement en interne beheersing | Toezicht op adequate risicobeheersing |
| 1. Bestuur | 1. Sleutelfunctie risicobeheer | 1. Sleutelfunctie interne audit | 1. Raad van Toezicht |
| 2. Sleutelfunctie actuariaat | 2. Accountant | ||
| 3. Compliance en privacy officer | 3. Certificerend actuaris |

Het proces van risicomanagement kent de volgende stappen:
Evaluatie risicomanagementsysteem
In 2022 heeft het bestuur de inrichting van het risicomanagement aangepast door de sleutelfunctiehouder extern aan te stellen en de risicocommissie te vervangen door een IRM-bestuursoverleg. In maart 2023 heeft het bestuur de nieuwe IRM-structuur geëvalueerd en concludeerde het bestuur dat de nieuwe structuur effectief en toekomstbestendig is. In december 2023 is deze conclusie door middel van een interne audit op de effectiviteit van het risicomanagement bevestigd. In 2024 is de inrichting van het risicomanagement niet gewijzigd.
Uit het IRM-beleid blijken de ambitie en doelstellingen van het pensioenfonds met betrekking tot IRM. Als onderdeel van de inrichting maakt het pensioenfonds bewust onderscheid tussen financiële en niet-financiële risico’s.
Financiële risico's
Voor een instelling zoals een pensioenfonds behoort het bewust aangaan en beheersen van financiële risico’s, om de doelstellingen te realiseren, tot de kerntaken. Financiële risico’s betreffen enerzijds risico’s die voortkomen uit het aangaan van pensioenverplichtingen (actuariële risico’s) en anderzijds uit het beleggen van de bijbehorende bezittingen (beleggingsrisico’s).
Risicohouding (attitude)
Het pensioenfonds heeft in overleg met sociale partners en het verantwoordingsorgaan een risicohouding vastgesteld. Deze risicohouding moet worden gezien in samenhang met de missie, visie, strategie en doelstellingen van het pensioenfonds en is bepalend voor het beleggingsbeleid en daarmee voor de mate waarin het pensioenfonds blootstaat aan financiële risico’s. Naast een kwalitatief, meer beschrijvend karakter, is de risicohouding concreet ingevuld in samenhang met de keuze van het gewenste beleggingsbeleid. Deze concrete, kwantitatieve, invulling van de risicohouding gebeurt middels de ondergrenzen van het pensioenresultaat op de korte termijn en de grenzen voor het vereist eigen vermogen op de lange termijn. De kwantitatieve uitwerking is vastgelegd in de ABTN.
Risicocategorieën (identificatie)
De financiële risico’s worden onder meer gemeten door middel van een periodieke ALM-studie. Aan de hand van het door DNB opgelegde standaardmodel voor het bepalen van het vereist eigen vermogen worden specifiek op gebied van solvabiliteit de financiële risico’s gemeten. In onderstaande tabel zijn de onderscheiden risicocategorieën opgenomen.
| Financiële risico’s |
|---|
| S1 Renterisico |
| S2 Zakelijke waarde risico |
| S3 Valutarisico |
| S4 Grondstoffenrisico |
| S5 Kredietrisico |
| S6 Verzekeringstechnisch risico |
| S7 Liquiditeitsrisico |
| S8 Concentratierisico |
| S9 Operationeel risico |
| S10 Actief beheer risico |
Niet-financiële risico's
Naast financiële risico’s wordt het pensioenfonds bij de uitvoering geconfronteerd met niet-financiële risico’s. Niet- financiële risico’s betreffen enerzijds risico’s die voortkomen uit het uitbesteden van vermogensbeheer en pensioenbeheer en anderzijds uit bestuurlijke processen (interne en strategische risico's).
Risicohouding (attitude)
Ook op het gebied van niet-financiële risico’s heeft het pensioenfonds een risicohouding bepaald. Deze risicohouding is bepalend voor de gewenste mate van beheersing van de verschillende risico’s. Het bestuur voert minimaal eenmaal per jaar een risico analyse uit en beoordeelt ieder kwartaal of de risico's in voldoende mate worden beheerst. De wijze van vaststelling van de risicohouding voor niet-financiële risico's sluit aan bij methodiek van de analyse van de financiële risico’s. De risicohouding wordt uitgedrukt in een risicomatrix waarin kans en impact zijn opgenomen. De risicomatrix is opgenomen in het risk self-assessment van het fonds. De methodiek is verder toegelicht in paragraaf 8.3 Inzicht in risico’s en beheersmaatregelen.
Risicocategorieën (identificatie)
Met betrekking tot niet-financiële risico’s worden de risicocategorieën uitbesteding en bestuurlijke processen onderscheiden. De categorie uitbesteding omvat vermogensbeheer en pensioenbeheer. De categorie bestuurlijke processen omvat intern en strategisch.
| Uitbesteding | Bestuurlijke processen | ||
|---|---|---|---|
| Vermogensbeheer | Pensioenbeheer | Intern (Bestuur en compliance) |
Strategisch |
| Kwaliteit | Kwaliteit | Kwaliteit | Afhankelijkheid |
| Continuïteit | Continuïteit | Continuïteit | Verandervermogen |
| IB | IB | IB | Draagvlak en externe beeld- |
| Integriteit | Integriteit | Integriteit | vorming |
| Custodian | MVO | Juridisch | |
| ESG | MVO | ||
| MVO |
Frauderisico's
Bij het identificeren en inschatten van risico’s besteedt het fonds specifieke aandacht aan het inschatten van frauderisico’s. In 2024 heeft het bestuur een risicoselfassessment uitgevoerd om de frauderisico’s bij zowel het fonds als de uitbestedingspartners in beeld te brengen. De belangrijkste frauderisico’s die hierbij zijn benoemd zijn het verduisteren van pensioengeld, het declareren van niet verrichte werkzaamheden en het vervalsen van documenten en/of handtekeningen. Het fonds mitigeert en beheerst deze frauderisico’s door zowel op organisatie- als procesniveau beheersmaatregelen in te richten. De belangrijkste beheersmaatregelen bestaan hierbij uit het aanwezig zijn van een gedragscode, integriteitsbeleid, klokkenluidersregeling en het onafhankelijke toezicht. Middels de beoordeling van de ISAE-rapportages en compliancerapportages wordt vastgesteld dat bij uitbestedingsrelaties geen fraude heeft plaatsgevonden.
8.3 Risico’s en beheersmaatregelen
Het risicomanagementproces begint bij het bestuur, dat de attitude (risicohouding) bepaalt. Samen met de risico-eigenaren (commissies en projectgroep) is het bestuur verantwoordelijk voor de identificatie (indeling naar categorieën) van risico's.
Risk self assessment (RSA)
Voor ieder van de geïdentificeerde risico-categorieën heeft het pensioenfonds concrete risicodefinities en – scenario’s vastgelegd. Deze zijn als basis gehanteerd voor een risico self assessment (hierna: RSA) waarmee is bepaald hoe groot het risico wordt ingeschat, zowel in termen van kans en impact als in termen van bruto (zonder beheersmaatregelen) als netto (ná beheersmaatregelen). De ingeschatte risico’s worden afgezet tegen de risicohouding en vervolgens wordt bepaald in hoeverre aanvullende actie wenselijk is. Dit betreft een kosten/baten afweging die kan leiden tot het aanpassen van beheersing, het overdragen naar een andere partij, het vermijden of het accepteren van het risico. De methodiek en uitkomsten van dit RSA zijn vastgelegd in het IRM-beleid. Deze uitkomsten vormen vervolgens de basis voor de monitoring en rapportage.
Monitoring en rapportage
Ter invulling van de monitoring van de risico's worden elk kwartaal monitoringsrapportages opgesteld van het vermogensbeheer, de pensioenuitvoering (door TKP), de pensioenzaken (met name actuariële en juridische zaken) en de bestuursondersteuning. Hierin wordt gerapporteerd over wijzigingen in risico’s en de beheersing van de risico's gedurende het kwartaal. Elk halfjaar wordt een strategische risicorapportage opgesteld waarin zowel terug als vooruit wordt gekeken. Naast de eerstelijns monitoringsrapportages stelt de sleutelfunctiehouder risicobeheer elk kwartaal een tweedelijns IRM-rapportage op. Hierin wordt het eerstelijns risicomanagement beoordeeld desgewenst aanbevelingen gedaan. Het bestuur bespreekt het IRM-beleid meerdere keren per jaar met de sleutelfunctiehouder risicobeheer. Tijdens deze sessies besteedt het bestuur aandacht aan risico’s zowel in de interne als de externe omgeving.
Relevante risico’s
Het pensioenfonds loopt een groot aantal strategische en operationele (niet-) financiële risico’s. De meest relevante risico’s zijn de volgende.
Strategische risico’s
De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is voor het fonds een grote uitdaging op inhoud, uitvoering en tijdigheid. De regelgeving is voor een groot deel af, maar wijzigingen op huidige set van regels zullen zeker nog volgen in komende jaren. Het stelsel vraagt grote veranderingen in de processen en systemen bij TKP. Dit risico beheerst het fonds door nauwgezet de ontwikkelingen te volgen, zich actief te laten informeren tijdens bestuursvergaderingen en themadagen, actieve monitoring van de voortgang bij de uitvoeringsorganisatie van de regeling en door het inhuren van extra projectcapaciteit om het bestuur te ondersteunen bij de vormgeving van beleid en de implementatie van de nieuwe regeling. Daarnaast vinden, indien dit naar het oordeel van het bestuur gewenst is, gesprekken plaats met de directie van TKP, al dan niet in gezamenlijkheid met andere pensioenfondsen die de uitvoering bij TKP hebben ondergebracht.
Daarnaast loopt het fonds strategische risico’s in de categorie “omgeving/verandervermogen”. Dit betreft risico's met oorzaak in het niet aan kunnen passen aan (structurele) veranderingen tegen acceptabele kosten. Hierbij moet met name gedacht worden aan (veranderende) maatschappelijke opvattingen (afnemend vertrouwen in pensioen(sector)), politieke ontwikkelingen (nieuwe pensioenstelsel) en technologische ontwikkelingen. De beheersing van dit risico geschiedt door veel aandacht te besteden aan de ontwikkeling van de kennis en kunde van het bestuur, periodieke afstemming met sociale partners over de toekomst(ige ontwikkelingen), het opstellen en periodiek bijstellen van een SWOT-analyse en oog voor de beheersing van de kosten. Het bestuur monitort de houdbaarheid van de uitvoering van de pensioenregeling verder jaarlijks op basis van meerdere kernindicatoren.
In het verlengde van bovenstaande risico’s kan de kwetsbaarheid van de huidige regeling worden genoemd. De huidige regeling is fiscaal toegestaan tot 2026, de beoogde overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is 2027. Het bestuur trekt samen met de sociale partners op om hiervoor tijdig een oplossing te vinden.
Tot slot ziet het bestuur zich geconfronteerd met steeds hogere uitvoeringskosten. Deze kosten, met name als deze worden omgerekend naar kosten per deelnemer en afgezet tegen een peergroup, zijn naar oordeel van het bestuur op de langere termijn moeilijk houdbaar. Dit, in combinatie met het door de sociale partners geuite wens tot consolidatie, hebben het bestuur doen besluiten in 2025 een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden tot consolidatie.
Financiële risico’s
Het belangrijkste financiële risico is het renterisico, mede door de – ook in vergelijking met andere pensioenfondsen – zeer lange looptijd van de verplichtingen. Rentebewegingen beïnvloeden de marktwaarde van de verplichtingen en een deel van de beleggingen en leiden tot volatiliteit van de dekkingsgraad. Dit risico wordt met name beheerst door het nominale marktrenterisico versus de (nominale) verplichtingen af te dekken voor 65%.
Niet-financiële risico’s
De uitvoering van de activiteiten van het pensioenfonds is nagenoeg volledig uitbesteed. Het fonds loopt in het kader van de uitbesteding een aantal niet-financiële risico’s. Om deze risico’s te beheersen heeft het fonds een uitbestedingsbeleid waaraan elke externe dienstverlener moet voldoen. Alvorens tot uitbesteding wordt overgegaan, voert het fonds een risicoanalyse uit. De kwaliteitseisen die aan uitbestedingspartijen worden gesteld worden doorvertaald naar afspraken, procedures en voorwaarden die worden vastgelegd in een uitbestedingsovereenkomst en een Service Level Agreement (SLA). Ieder kwartaal wordt voor de drie belangrijkste uitbestedingsrelaties (Actor, CTI en TKP) een monitoringsrapportage opgesteld en besproken in het bestuur.
Het pensioenfonds onderkent in de uitbesteding IB-risico’s als meest relevante. De belangrijkste zijn:
- IB-vertrouwelijkheid: de autoriteit en mogelijkheid tot het lezen, kopiëren of manipuleren van informatie en systeemcomponenten door personen die buiten een gedefinieerde groep gerechtigden ligt;
- IB-access: een uitbesteder is niet in staat zijn gegevens vanuit de IT-omgeving binnen een redelijk tijdsbestek te raadplegen of te wijzigen;
- IB-aanpasbaarheid: risico's met oorzaak in de IT doordat de uitvoerder niet in staat is tegen acceptabele kosten en acceptabele risico's veranderingen in de bedrijfsvoering door te voeren.
Naast de bij aanvang van een uitbesteding uitgevoerde risicoanalyse zijn er aanvullende beheersmaatregelen getroffen om deze risico’s te mitigeren. Dit zijn onder meer (de beoordeling van) periodieke SLA-, risico- en ISAE-rapportages, periodieke evaluatie van de dienstverlening en gerichte audits op de IT-omgeving (al dan niet in samenwerking met andere klanten van de uitbestedingspartij). Daarnaast staat het onderwerp IT met regelmaat op de bestuurlijke agenda om de kennis op peil te houden en de ontwikkelingen te volgen.
In 2024 heeft het bestuur zich voorbereid op de in januari 2025 in werking tredende DORA-wetgeving.
8.4 Terugblik
Financiële risico's
De financiële positie van het pensioenfonds is afgelopen jaar verder verbeterd. De actuele dekkingsgraad bedraagt per 31 december 2024 108,1%, maar is nog steeds als kwetsbaar te bestempelen. Op basis van het transitieplan van de sociale partners is voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een dekkingsgraad van minimaal 107,5% nodig ten einde te komen tot een evenwichtige overgang. Daarnaast heeft het bestuur de wens om nog voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een toeslag te verlenen. Dit laatste uiteraard alleen indien de financiële positie dit toelaat en er sprake is van evenwichtigheid.
Het bestuur heeft ervoor gekozen om in 2024 de deelname aan het transitie-FTK voort te zetten. Voorafgaand aan dit besluit heeft het bestuur uitgebreid gesproken over de kortingskansen bij voortgezette deelname aan het transitie-FTK en en de kortingskans onder het reguliere FTK. Hoewel de kortingskansen onder voortzetting van deelname aan het transitie-FTK - bij een toen nog ingeschatte invaardekkingsgraad van 105% - hoger was, besloot het bestuur toch de deelname aan het transitie-FTK voort te zetten; dit in het kader van consistentie in beleid en de hogere kans om een toeslag te kunnen verlenen.
Uit de in 2024 uitgevoerde verkorte ALM-studie leidde concludeerde het bestuur dat een wijziging van de beleggingsportefeuille niet nodig is.
Niet-financiële risico's
Het in 2024 uitgevoerde RSA heeft tot enige wijzigingen in het risicoraamwerk geleid. Als eerste zijn voor de meeste risico's risicotolerantiegrenzen gedefinieerd. Daarnaast zijn de risico's over Informatiebeheer (IB, voor heen IT) verder uitgediept.
Verder is bij elke uitbestedingspartner als nieuw risico MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen) opgenomen. De risico's ten aanzien van dit onderdeel moeten nog nader uitgewerkt worden. De drie kritieke uitbestedingspartners zullen nog nader bevraagd gaan worden over hun beleid over dit onderwerp.
Eigen risico beoordeling (ERB)
In 2023 heeft het bestuur een reguliere driejaarlijkse eigen risicobeoordeling (ERB) uitgevoerd. Uit deze ERB kwam naar voren dat het bestuur haar risicomanagement inzake informatiebeveiliging inclusief IT en ESG diepgaander kan uitwerken. Ook kwamen er nieuwe inzichten omtrent de beheersing van strategische risico’s in beeld. Het bestuur heeft de hieruit voortvloeiende verbeteracties in gang gezet. In 2025 is een tussentijdse ERB gericht op de transitie naar de Wtp gepland.
8.5 Vooruitblik
Op het vlak van financiële risico’s is het fonds voor de korte termijn voornamelijk afhankelijk van externe ontwikkelingen op het gebied van de financiële markten en de rente. De premiedekkingsgraad ligt in het eerste kwartaal 2025 boven de actuele dekkingsgraad en draagt daarmee bij aan het herstel van het pensioenfonds.
Het pensioenfonds dekt het renterisico van een deel van de lange termijn verplichtingen af met behulp van rentederivaten. Na de overgang naar het nieuwe stelsel zal het renterisico op de lange termijn nog beperkt worden afgedekt. Het pensioenfonds onderkent dat dat het afbouwen van de portefeuille met rentederivaten op de overgangsdatum een prijsrisico met zich meebrengt; niet duidelijk is hoe liquide de markt voor rentederivaten op de beoogde overgangsdatum zal zijn. Om deze reden werkt het pensioenfonds een strategie om te komen tot een verantwoorde afbouw van de (lange termijn) rentederivaten, zonder dat het renterisico in het huidige FTK-stelsel te veel toeneemt.
Het fonds werkt met een gevoeligheidsanalyse van het rente en marktrisico. In onderstaande figuur wordt kwantitatief aangegeven wat de gevolgen zijn voor de dekkingsgraad op marktwaarde op het niveau van 31 december 2024 bij een stijging/daling van de aandelen of een stijging/daling van de rente.
Marktdekkingsgraad scenarioanalyse
| Aandelen | ||||||
| -40% | -20% | 0% | 20% | 40% | ||
| Rente | 2% | 104% | 120% | 136% | 153% | 169% |
| 1% | 96% | 108% | 121% | 133% | 146% | |
| 0% | 89% | 98% | 108% | 117% | 126% | |
| -1% | 83% | 90% | 97% | 104% | 110% | |
| -2% | 78% | 83% | 88% | 93% | 96% |
Wet toekomst pensioenen
Ook in 2024 zal de toekomst van het fonds, mede in relatie tot de Wtp, een belangrijk bestuurlijk onderwerp zijn. Dit zal van invloed zijn op zowel de risicoscenario's als de risico-inschattingen. Bij het Transitieprogramma Wtp is een separate risicoanalyse opgesteld die maandelijks gemonitord wordt. De Wtp leidt tot nieuwe risico-analyses waarin wellicht nieuwe soorten risico's worden geïdentificeerd. Een risico is dat de toezichthouders steeds meer zicht krijgen op de transities. Aangezien het pensioenfonds niet voorop loopt in de transitie, betekent dat verwacht mag worden dat de eisen die gesteld worden aan het implementatieplan hoger worden. Dit biedt overigens ook kansen: hoe meer bekend is, hoe beter voorbereid het pensioenfonds op termijn overgaat naar het nieuwe pensioenstelsel.
Het gebruik van Artificial Intelligence programma's neemt snel toe. Het pensioenfonds zal, ten einde de risico's van het gebruik van deze instrumenten te beheersen, het beleid bij zijn uitbestedingspartners opvragen en dit leggen tegen een eigen op te stellen beleidskader.