
10.1 Inleiding
De doelstelling van het pensioenfonds is het verlenen van pensioenen aan deelnemers, gewezen deelnemers en hun nabestaanden met inachtneming van de statuten en reglementen. In dit hoofdstuk worden de kenmerken van de pensioenregeling, de volumeveranderingen en de wijzigingen in de statuten en reglementen besproken.
10.2 De kenmerken van de pensioenregeling
Pensioensysteem
Het pensioensysteem is een middelloonregeling.
Toetredingsleeftijd
Een werknemer die in dienst is bij een werkgever die is aangesloten bij het pensioenfonds, neemt verplicht deel aan de pensioenregeling. De deelname gaat vanaf 1 januari 2024 in op de eerste dag van de maand waarin de werknemer 18 jaar wordt. Voor 2024 startte de deelname aan de regeling vanaf de eerste dag van de maand waarin de deelnemer 21 jaar werd.
Pensioenleeftijd
De pensioenleeftijd is 68 jaar.
Pensioengrondslag
De pensioengrondslag is het bruto jaarsalaris met een maximum van € 71.628,- (2023: € 66.956,-).
Opbouwpercentage ouderdomspensioen
In 2024 wordt 0,86% van het brutosalaris opgebouwd aan ouderdomspensioen (2023: 0,81%). De verhoging van het opbouwpercentage is het gevolg van de uitkomst van de jaarlijks uitgevoerde fiscale toets.
Partnerpensioen
In 2024 bedraagt het jaarlijks partnerpensioen voor elk opbouwjaar 0,602% van de pensioengrondslag (2023: 0,567%). De verhoging is het gevolg van de jaarlijks uitgevoerde fiscale toets.
Wezenpensioen
Het wezenpensioen bedraagt 20% van het te behalen partnerpensioen en wordt uitgekeerd tot 18 jaar of tot 27 jaar voor studerende kinderen. Als beide ouders zijn overleden, wordt het wezenpensioen verdubbeld.
Premie
De premie bedraagt 13,9% (2023: 13,9%) van het (gemaximeerde) brutosalaris.
Toeslagenbeleid
Het bestuur besluit jaarlijks of en in hoeverre de ingegane pensioenen en de opgebouwde pensioenaanspraken verhoogd worden door het verlenen van een toeslag. Toeslagen zijn altijd voorwaardelijk.
Premievrijstelling
Als een deelnemer een WIA- of WAO-uitkering ontvangt, voorziet het reglement in een premievrije opbouw. Voor de voortzetting van de pensioenopbouw is over dit inkomensgedeelte geen bijdrage verschuldigd.
10.3 Volumeveranderingen pensioenregeling
Pensioenuitkeringen
Het gemiddelde aantal pensioengerechtigden met een ouderdomspensioenuitkering was 3.269, met een gemiddelde jaarlijkse uitkering van € 1.686. Het aantal pensioengerechtigde nabestaanden was gemiddeld 776, met een gemiddelde jaarlijkse uitkering van € 1.526. Er waren gemiddeld 54 wezen die pensioen ontvingen, met een gemiddelde jaarlijkse uitkering van € 648. De bedragen zijn afhankelijk van de in de bedrijfstak doorgebrachte diensttijd en de hoogte van het salaris.
Afkoop van het pensioen
Bij kleine pensioenen bestaat bij ingang van het pensioen de mogelijkheid tot afkoop van het pensioen. De afkoopgrens was € 592,51 (2023: € 594,89). In 2024 werd in 264 gevallen het pensioen afgekocht (2023: 290). Dit aantal heeft betrekking op ouderdomspensioen, (bijzonder) nabestaandenpensioen en wezenpensioen.
Individuele waardeoverdracht
Het pensioenfonds werkt mee aan individuele waardeoverdracht bij wisseling van dienstverband. Het doel hiervan is de bestrijding van pensioenbreuk alsook het voorkomen van versnippering van pensioenaanspraken. In 2024 waren er, behoudens waardeoverdrachten kleine pensioenen, 9 inkomende (2023: 7) en 115 uitgaande (2023: 180) waardeoverdrachten.
Pensioenopbouw tijdens arbeidsongeschiktheid
Voor deelnemers die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn geworden, wordt de pensioenopbouw vanaf de eerste WAO- c.q. WIA-dag zonder verdere premiebetaling voortgezet. Deze voortzetting is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid (volledig of gedeeltelijk). De hoogte van de pensioenopbouw wordt berekend op basis van de laatst bekende pensioengrondslag. Deze regeling had in 2024 op 912 arbeidsongeschikte deelnemers betrekking (2023: 879).
10.4 Mutatieoverzicht pensioenregeling
| Aantallen verloop | Stand per 1 januari 2024 | Bij in 2024 | Af in 2024 | Stand per 31 december 2024 | |
| Totaal | Wegens overlijden | Overig | |||
| Actieve deelnemers | 18.097 | 5.198 | 12 | 2.839 | 20.444 |
| Gewezen deelnemers | 51.096 | 3.684 | 62 | 2.211 | 52.507 |
| Pensioengerechtigden | 4.196 | 416 | 113 | 66 | 4.433 |
| waarvan Ouderdomspensioen (incl. TOP) | 3.341 | 340 | 76 | 43 | 3.562 |
| waarvan Arbeidsongeschiktheidspensioen | 2 | - | - | - | 2 |
| waarvan Partnerpensioen | 799 | 72 | 37 | 10 | 824 |
| waarvan Wezenpensioen | 54 | 4 | - | 13 | 45 |
| Totaal alle deelnemers | 73.389 | 9.298 | 187 | 5.116 | 77.384 |
Toelichting bij het mutatieoverzicht
Actieve deelnemers
De ultimo stand betreft de werknemers die op 31 december vanwege een dienstverband in de bedrijfstak of vanwege vrijwillige voortzetting deelnemer zijn. Tevens zijn de deelnemers opgenomen die pensioen opbouwen vanwege de regeling van premievrije opbouw wegens arbeidsongeschiktheid. Het kan gaan om volledige arbeidsongeschiktheid of om gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
Gewezen deelnemers
Het betreft deelnemers die in het verleden een dienstverband in de bedrijfstak hebben gehad en om deze reden pensioen hebben opgebouwd.
Pensioengerechtigden
Het aantal betreft de periodieke pensioenuitkeringen voor deelnemers die met pensioen zijn gegaan, nabestaanden die vanwege het overlijden van een deelnemer recht hebben op een pensioenuitkering of arbeidsongeschikte deelnemers die recht hebben op een arbeidsongeschiktheidspensioen. Deelnemers die in 2024 met pensioen zijn gegaan, worden afgeboekt met de mutatie 'Anders' bij ‘Actieve deelnemers’ of ‘Gewezen deelnemers’. Vervolgens worden deze deelnemers met dezelfde mutatie bijgeboekt bij ’Pensioengerechtigden’ en de soort pensioenuitkering 'Ouderdomspensioen (incl. TOP)'.
10.5 Wijzigingen in fondsdocumenten
Deze paragraaf geeft een overzicht van de wijzigingen in de statuten en reglementen die in 2024 zijn doorgevoerd.
Statuten en verplichtstelling
De verplichtstellingsbeschikking van het pensioenfonds is in 2024 niet gewijzigd. De laatste wijziging vond plaats in 2023. Op 28 december 2023 publiceerde het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de huidige verplichtstelling in de Staatscourant. De wijziging betreft de verlaging van de toetredingsleeftijd aan de pensioenregeling naar 18 jaar met ingang van 1 januari 2024.
De statuten zijn op 23 december 2024 gewijzigd. Als gevolg van de in 2024 in werking getreden nieuwe Code Pensioenfondsen heeft het bestuur - in navolging van de Code - het aantal zittingstermijnen van bestuursleden en leden van het verantwoordingsorgaan in principe gemaximeerd tot twee termijnen van vier jaar. Hiervan kan eenmalig worden afgeweken indien het bestuur dit onderbouwt en dit deelt met de overige organen van het pensioenfonds.
Daarnaast zijn de statuten op enige ondergeschikte punten gewijzigd.
Pensioenreglement
Het pensioenreglement is per 1 januari 2024 op de volgende punten gewijzigd:
- verlaging van de toetredingsleeftijd van 21 naar 18 jaar.
- het opbouwpercentage van het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen is verhoogd van 0,81% naar 0,86% respectievelijk van 0,567% naar 0,602%.
- wijziging wezenpensioen; het wezenpensioen wordt voortaan ook toegekend aan aan wezen die een beroepsbegeleidende leerweg (BBL-opleiding) volgen.
- de voorportaalregeling voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid voor werknemers jonger dan 21 jaar is vervallen.
- regulier onderhoud.
Uitvoeringsreglement
Het uitvoeringsreglement is per 1 januari 2024 op één punt gewijzigd. Het betreft op het opnemen van verwijzing naar het nieuwe klachtenbeleid van het pensioenfonds.