Spring naar inhoud

Raad van toezicht en Verantwoordingsorgaan

11.1 Raad van Toezicht

11.1.1. Inleiding

In deze jaarrapportage van de Raad van Toezicht (hierna: RvT) van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf (hierna: het pensioenfonds) doet de RvT verslag van de wijze waarop hij zijn wettelijke bevoegdheden heeft uitgevoerd. Daarbij is vooral aandacht geweest voor de kwaliteit van besturen zoals die zich uit in de governance, de bestuurlijke processen en de gehanteerde principes die aan het beleid ten grondslag liggen. De Pensioenwet en de Code Pensioenfondsen vormen hierbij de referentiekaders. Voor wat betreft zijn eigen functioneren hanteert de RvT daarnaast ook de Code van de Vereniging Intern Toezichthouders Pensioensector.

11.1.2 Algemeen oordeel

In december 2024 is het transitieplan door Sociale Partners gedeeld met het pensioenfonds en is een verzoek tot invaren gedaan. Door de inzet van alle betrokken partijen is dit traject, dat een moeizame start kende, tot een goed eind gebracht. Het is nu aan het pensioenfonds om de volgende stappen te zetten om tot een opdrachtbevestiging te kunnen komen.

In 2024 is door TKP aan het pensioenfonds de wens kenbaar gemaakt dat TKP hen pas op de uiterste datum (31 december 2027) in wil laten varen. Het bestuur is daarop in overleg getreden met TKP. Het is nog steeds het streven van het pensioenfonds om per 1 januari 2027 in te varen. De RvT onderstreept dat het van belang is zo spoedig mogelijk duidelijkheid te krijgen over de exacte invaardatum mede gezien eventuele besluitvorming over alternatieven voor de toekomst.

In 2024 heeft het pensioenfonds afscheid genomen van beide voorzitters. De wijze waarop het pensioenfonds daarmee is omgegaan verdient waardering. De nieuwe voorzitter namens de werkgevers is snel ingewerkt en brengt een andere dynamiek in het pensioenfonds. De nieuwe voorzitter namens de werknemers heeft een prima track record in de sector en zal, na een inwerkperiode, ook bijdragen aan – opnieuw – een inhoudelijk sterk bestuur. 

De samenwerking tussen het bestuur, de RvT en het verantwoordingsorgaan is in het verslagjaar goed verlopen. Er zijn contacten via tussentijdse overleggen met het dagelijks bestuur en leden van de RvT hebben een aantal bestuursvergaderingen en commissievergaderingen als toehoorder bijgewoond. De RvT heeft gesprekken gevoerd met de individuele bestuursleden en de sleutelfunctiehouders. De RvT heeft uit deze gesprekken de indruk gekregen dat de bestuursleden goed samenwerken en hun diverse portefeuilles goed beheersen. In de gesprekken met de sleutelfunctiehouders is naar voren gekomen dat zij onderling goed samenwerken en een stevige vinger aan de pols houden waar het de tweede en derde lijn betreft.

Wat betreft de normale gang van zaken (“de run”) is de RvT, gezien bovenstaande, positief. Dat ligt iets genuanceerder waar het de overgang naar de Wtp (“de change”) betreft. De RvT ziet dat er vanuit het bestuur veel aandacht is voor de Wtp maar concrete besluitvorming laat – lang – op zich wachten. Onderdelen die niet afhankelijk zijn van de inhoud van het transitieplan (datakwaliteit en vaststelling risicohouding) zijn met lange doorlooptijd opgepakt. De vertraging die in het eerste halfjaar is opgelopen vanwege de relatie met Sociale Partners is daarmee niet ingelopen.

Ten aanzien van het proces geldt dat een concept van dit verslag is besproken met het bestuur. Het verslag is vervolgens vastgesteld door de RvT en is aangeboden aan het verantwoordingsorgaan.

11.1.3 Financiële situatie van het Pensioenfonds

De financiële positie van het pensioenfonds is in 2024 licht verbeterd. De actuele dekkingsgraad steeg van 106,3% aan het begin van het jaar tot 107,9% eind 2024. De beleidsdekkingsgraad, het 12-maands gemiddelde, nam toe van 105,0% naar 107,9% eind 2024. De beleidsdekkingsgraad kwam daarmee in 2024 verder boven het Minimaal Vereist Eigen Vermogen (MVEV) te liggen van het pensioenfonds. De MVEV bedraagt 104,9%.

 In de eerste helft van 2024 heeft het pensioenfonds een ALM studie laten uitvoeren. Onderzocht is of de strategische samenstelling van de portefeuille, dat wil zeggen de verdeling van de totale beleggingsportefeuille over de rendementsportefeuille en de matchingportefeuille, zou moeten worden aangepast. Ook heeft het bestuur laten onderzoeken of een hogere dan wel lagere mate van renteafdekking wenselijk zou zijn. Op basis van het ALM onderzoek heeft het bestuur geconcludeerd dat een aanpassing van de strategische portefeuille niet wenselijk was en dat de renteafdekking ongewijzigd 65% zou moeten bedragen. De mate van renteafdekking bepaalt de gevoeligheid van dekkingsgraad voor veranderingen in de rente.

 De stijging van de dekkingsgraad in 2024 is grotendeels te danken aan winsten op zakelijke waarden en in het bijzonder stijgende aandelenmarkten. Eind 2024 lag de 10-jaarsrente met 2,29% op vrijwel hetzelfde niveau als aan het begin van het jaar (2,27%). Gedurende het jaar was er wel sprake van een behoorlijke renteschommeling. In de eerste helft van het jaar liep de kapitaalmarktrente op tot 2,98% (10 juni), om vervolgens te dalen. De daling in de tweede helft van het jaar was toe te schrijven aan de verwachting dat de ECB, de Europese Centrale Bank, de officiële rentetarieven zou verlagen. De inflatie in Nederland kwam in 2024 uit op 3,3%. Ten opzichte van 2023 betekent dit weliswaar een daling (3,8%), maar de inflatie bleef in Nederland relatief hoog ten opzichte van andere Europese landen en het ECB doel van 2,0%.

11.1.4 Code Pensioenfondsen

Met ingang van 1 januari 2024 is de herziene Code Pensioenfondsen van kracht. De RvT heeft zijn toezichtsvisie vastgesteld. De RvT is positief over het feit dat het pensioenfonds vrijwel volledig voldoet aan de herziene Code Pensioenfondsen, waarbij voor norm 35 geldt dat dit gedeeltelijk gebeurt. Het stappenplan om dit te verbeteren geeft vertrouwen. De inzet en goede begeleiding van stagiaires in alle gremia is hier een voorbeeld van. De wijze waarop het pensioenfonds probeert invulling te geven aan diversiteit binnen de diverse gremia verdient navolging.

11.1.5 Werkzaamheden van en ontwikkelingen binnen de RvT

In de vergadering van 17 juni 2025 heeft de RvT goedkeuring gegeven aan de vaststelling van het jaarverslag door het bestuur.

 Binnen de RvT is de heer A. de Haas per 1 september 2024 als stagiair benoemd voor een periode van twee jaar.

 De contacten met het bestuur zijn intensief geweest via tussentijdse overleggen met het dagelijks bestuur én door het bijwonen van vergaderingen als toehoorder van leden van de RvT. Ook in 2024 heeft de RvT weer individuele gesprekken gehad met de bestuursleden. Mevrouw Schoutsen is per 1 oktober 2024 benoemd als werkgeversvoorzitter in het bestuur voor een zittingstermijn van vier jaar.

 De RvT heeft daarnaast twee maal overleg gehad met de Sleutelfunctiehouders Risicobeheer, Audit en Actuarieel. De samenwerking tussen de RvT en het verantwoordingsorgaan was ook in 2024 uitstekend.

11.1.6 Opvolging aanbevelingen 2024

De RvT heeft in het vorige jaarverslag voor 2024 de volgende aanbevelingen gedaan:

Inzet tot verbetering van relatie met Sociale Partners continueren.

De relatie met Sociale Partners kende in 2023 al een moeilijke periode en per december 2023 zijn de nodige gesprekken gestart onder begeleiding van een mediator om weer een basis te vinden waarop overleg over de Wtp tussen de Sociale Partners en het bestuur weer vorm kon krijgen. De RvT spreekt haar waardering uit hoe het bestuur op een constructieve wijze met Sociale Partners tot de nodige afspraken is gekomen en hiermee het Wtp-project weer in beweging is gekomen. De RvT ziet dat het bestuur de relatie met Sociale Partners goed onderhoudt en heeft er vertrouwen in dat partijen binnen de gezamenlijke stuurgroep onder leiding van een onafhankelijk voorzitter oog blijven houden voor de relatie en de nodige stappen weten te zetten. De mijlpaal van de publicatie van het transitieplan geeft daar blijk van.

Wtp-programma verder continueren en aandacht te hebben voor verschillende scenario’s.

Het bestuur heeft in 2024 naast de reguliere werkzaamheden veel aandacht gehad voor de Wtp. In het voorgaande verslagjaar heeft de RvT aandacht gevraagd voor de smalle basis van de ondersteuning. Op het Wtp-project heeft het bestuur hier duidelijk op gehandeld door o.a. meer beschikbare capaciteit vanuit adviesbureaus in te schakelen. Nu de eerste fondsen over zijn naar de Wtp zal hier een leereffect ontstaan waar het bestuur haar voordeel mee kan doen. Echter blijft de bredere capaciteit van de ondersteuning van het pensioenfonds wel een punt van zorg. Hier ziet de RvT dat het bestuur hier bewust van is en ook naar handelt waarbinnen de mogelijkheden liggen.

 Ook ziet de RvT dat het bestuur oog heeft voor verschillende scenario’s, deze monitort en adequaat handelt wanneer een scenario zich voor (lijkt) te gaan doen. De onzekerheid voor wat betreft de overgangsdatum naar de Wtp is hier een goed voorbeeld van. Voor het komende jaar zal het bestuur deze aandacht vast moeten houden.

Verdere opvolging geven aan IT en cyber security.

De RvT constateert dat het bestuur meer aandacht heeft voor IT en cyber security gerelateerde onderwerpen. Zo is er op verschillende themadagen en tijdens reguliere vergaderingen hier aandacht voor geweest. RvT vraagt het bestuur aandacht te houden voor het compliant zijn aan DORA.

Aandacht voor successieplanning n.a.v. code pensioenfondsen.

Het pensioenfonds heeft norm 37 van code pensioenfondsen met betrekking tot de zittingstermijnen statutair vastgelegd. Een strikte doorvoering van de code kan tot resultaat hebben dat drie bestuursleden het pensioenfonds in 2030 verlaten. In dit kader vraagt de RvT het bestuur tijdig aandacht te hebben voor de successieplanning. De RvT vraagt in dit kader ook aandacht voor de overgangsbepaling in relatie tot de code pensioenfondsen.

Blijvende aandacht voor zorgvuldige vastlegging van besluiten en beraadslagingen, m.n. in het kader van de Wtp.

Het bestuur heeft aandacht voor het goed doorlopen van het bestuurlijke proces inclusief vastlegging. Kijkend naar de ervaringen vanuit de sector vraagt de RvT in het kader van de Wtp om hier aandacht voor te blijven houden.

11.1.7 Aanbevelingen 2025

  • Wtp-programma verder continueren met aandacht voor verschillende risico’s.
  • Verdere opvolging geven aan IT en cyber security (DORA).
  • Aandacht voor successieplanning n.a.v. code pensioenfondsen.
  • Voldoende aandacht en reflectie op ontwikkelingen op financiële markten en de impact hiervan op de financiële positie van het pensioenfonds, ook in relatie tot de overgang naar de Wtp en de huidige stand van de dekkingsgraad.
  • Door de wisselingen in de bestuurssamenstelling blijvend aandacht voor de dynamiek binnen het bestuur.
  • Blijvend aandacht voor voldoende en kwalitatieve ondersteuning.

11.1.8 Vooruitblik 2025

Ook in 2025 zal de implementatie van de Wtp veel aandacht van het pensioenfonds blijven vragen. Het project kent inmiddels een goede voortgang, maar er ligt nog een aanzienlijke hoeveelheid werk en er zijn diverse afhankelijkheden, onder andere van TKP. Het blijft van belang dat het bestuur nauw blijft samenwerken met alle partijen en gremia om tijdige implementatie te realiseren. De RvT heeft er vertrouwen in dat het bestuur zich ook in 2025 zal inzetten om dit proces verder vorm te geven.

Naast de voortgang van de Wtp zal 2025 ook in het teken staan van veranderingen in de bestuurssamenstelling. Recent zijn twee nieuwe voorzitters toegetreden tot het bestuur en medio 2025 zal de onafhankelijk bestuurder beleggingen aftreden. De zoektocht naar een geschikte opvolger zal de nodige aandacht vragen.

Daarbij zullen stijgende kosten invloed hebben op het voortbestaan van het fonds. Het bestuur is zich om die reden aan het beraden op de toekomst van het pensioenfonds. De RvT zal deze ontwikkelingen met grote interesse blijven volgen.

De RvT heeft er alle vertrouwen in dat, ook met de gewijzigde samenstelling van het bestuur, de samenwerking op de huidige goede wijze kan worden gecontinueerd.

Woerden, 17 juni 2025

Hennie de Graaf, voorzitter


Hans Peters, lid

Ruben Beil, lid


Alex de Haas, stagiair

11.2 Reactie bestuur

Het bestuur ervaart een grote betrokkenheid vanuit de raad van toezicht. De leden van de raad van toezicht zijn regelmatig als toehoorder aanwezig bij bestuursvergaderingen en themabijeenkomsten. Zowel op de reguliere ontwikkelingen als op de Wtp-transitie is de raad van toezicht goed aangehaakt. Dit leidt tot bruikbare aanbevelingen en constructieve feedback vanuit de raad van toezicht.

Het bestuur gaf opvolging aan de vijf aanbevelingen die de raad van toezicht in het jaarrapport 2023 deed. Veel bestuurlijke aandacht ging uit naar de implementatie van de Wtp en van DORA. De waardering die de raad hierover uitspreekt, wordt dan ook zeer goed ontvangen. De zes aanbevelingen die de raad van toezicht voor komend jaar benoemt, zijn herkenbaar voor het bestuur en worden onderschreven. Het bestuur blijft graag gebruik maken van het door de raad van toezicht aangeboden klankbord.

Het bestuur bedankt op deze plaats de leden van de raad van toezicht voor hun waardevolle bijdrage aan het functioneren van het pensioenfonds afgelopen jaar. Het bestuur wenst de leden veel succes bij hun werkzaamheden en spreekt het volste vertrouwen uit in een prettige voortzetting van de goede samenwerking in 2025.

11.3 Verantwoordingsorgaan

Het verantwoordingsorgaan BPF Kappers bestaat uit drie leden, één namens deelnemers (de heer Van Raaij), één namens werkgevers (de heer Laman) en één namens pensioengerechtigden (de heer Kerstens). De heer Kersten is voorzitter van het verantwoordingsorgaan.

Wijzigingen samenstelling

Met ingang van 1 januari 2024 is voor een periode van twee jaar een stagiair als toehoorder toegetreden (de heer Paardekooper). Het PensioenLab is nauw betrokken geweest bij de selectie van deze stagiair. Verder hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden in de samenstelling van het verantwoordingsorgaan.

Vergaderingen

In 2024 is het verantwoordingsorgaan viermaal bij elkaar gekomen, driemaal voor een reguliere vergadering en éénmaal voor een opleidingsmiddag. Daarnaast heeft het verantwoordingsorgaan tweemaal vergaderd met de raad van toezicht en tweemaal met het bestuur.

Taken

De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan zijn vastgelegd in een reglement. Samengevat heeft het verantwoordingsorgaan een oordeelsbevoegdheid, een adviesrecht en de mogelijkheid voor een bindende voordracht in de raad van toezicht. In het kader van de Wtp heeft het verantwoordingsorgaan een verzwaard adviesrecht. Nieuw is het beoordelingsrecht van de uitvoeringskosten.

Oordeel

Het bestuur legt verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan over het beleid en de wijze waarop het beleid is uitgevoerd. Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur, over het door het bestuur uitgevoerde beleid alsmede over beleidskeuzes voor de toekomst. Het verantwoordingsorgaan baseert het oordeel op:

  • het bestuursverslag;
  • de jaarrekening;
  • de bevindingen van de raad van toezicht;
  • de besprekingen met het bestuur;
  • overige informatie.

In 2024 heeft het verantwoordingsorgaan een positief advies gegeven aan het bestuur over:

  • Overbruggingsplan 2024 (6 juni 2024)
  • Vrijwillige aansluiting van Roxenne Nails (6 juni 2024)
  • Premie 2025 (22 oktober 2024)
  • Klachtenbeleid (25 november 2024)
  • Vrijwillige aansluiting Mooi bij Marloes (25 november 2024)
  • Communicatiebeleidsplan (25 november 2024)

 Er zijn in 2024 geen negatieve adviezen gegeven door het verantwoordingsorgaan.

Rapport raad van toezicht

Het verantwoordingsorgaan heeft kennisgenomen van het rapport van de raad van toezicht en de mondelinge toelichting hierop op 12 mei 2025. Het verantwoordingsorgaan herkent zich in het geschetste beeld, onderschrijft de aanbevelingen aan het bestuur en heeft het rapport bij zijn oordeelsvorming betrokken.

Beleidsdoelstellingen 2024

Het verantwoordingsorgaan formuleert jaarlijks beleidsdoelstellingen. Voor het boekjaar 2024 heeft het verantwoordingsorgaan drie beleidsdoelstellingen geformuleerd, namelijk weloverwogen en evenwichtig invaren, vormgeving nieuwe regeling en contract, en uitvoeringskosten. Hieronder gaan wij nader in op deze doelstellingen en evalueren wij de gestelde doelstellingen:

1. Weloverwogen en evenwichtig invaren

De keuze voor invaren is een belangrijk aspect van de voorbereiding naar de Wtp, waar het verantwoordingsorgaan een grote rol in speelt. Om het adviesrecht vorm te geven, stelt het verantwoordingsorgaan als doel om een sessie te organiseren waarin het verantwoordingsorgaan door onafhankelijke deskundigen wordt bijgestaan in het beoordelen van de besluitvorming en het formuleren van een advies. Een heldere afweging met brede toelichting door het bestuur voor alle deelnemers is daarbij wenselijk. Een hulpmiddel voor het bestuur en het VO is een duidelijke/inzichtelijke rekentool waarmee diverse maatmensen doorgerekend kunnen worden in meer scenario’s (goed/slecht weer).

Evaluatie: Het verantwoordingsorgaan constateerde in 2023 dat het project Wtp, onder meer als gevolg van de slechte verstandhouding tussen bestuur en sociale partners (waarbij zelfs een met forse kosten gepaard gaande juridische procedure werd gevoerd), vertraging had opgelopen. Hierdoor heeft het verantwoordingsorgaan zich in 2024 nog geen beeld kunnen vormen over de beleidsdoelstelling “weloverwogen en evenwichtig invaren”. Ter voorbereiding op dit onderwerp heeft het verantwoordingsorgaan zich in 2023 door een externe partij laten voorlichten over evenwichtsaspecten bij de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. In 2024 zijn er verdere kennissessies geweest en de rapportages van de Wtp-rekenrondes zijn gepresenteerd. In 2025 zullen er meer kennissessies op Wtp-onderwerpen plaatsvinden en zal het verantwoordingsorgaan zich met externe begeleiding voorbereiden op het geven van haar advies.

2. Vormgeving nieuwe regeling en contract

De contractkeuze, de premie, de doelstellingen en de risicohouding zullen onderdeel zijn van de besluitvorming in 2024. Daarbij komt het ontwerpen van beleggingsbeleid, solidariteitsbeleid en uitkeringsbeleid. Het verantwoordingsorgaan richt zich op de afwegingen die in de besluitvorming worden gemaakt. Ook compensatie is een onderdeel van de transitie naar de Wtp, het verantwoordingsorgaan richt zich hierin op de evenwichtige belangenafweging bij compensatie.

Evaluatie: De mediation met sociale partners, naar aanleiding van de hierboven genoemde juridische procedure, is in april 2024 afgerond en daarna is er hard gewerkt om het transitieplan tijdig in december 2024 op te leveren. Daarin is de vormgeving van de nieuwe regeling en contract vastgelegd door Sociale Partners.

Het verantwoordingsorgaan betreurt de gang van zaken tussen pensioenfondsbestuur en sociale partners. Daardoor zijn hoge kosten, uiteindelijk ten koste van de deelnemers en gepensioneerden, gemaakt en is onnodig vertraging opgetreden.

3. Uitvoeringskosten

Het verantwoordingsorgaan acht het van belang dat de verhouding van de uitvoeringskosten en het pensioenresultaat voor de deelnemer in balans ligt en stelt als doel om in 2024 kritisch te blijven op de reguliere kosten en de projectkosten van Wtp in relatie tot de pensioenaanspraken van de deelnemer. Daarnaast ziet het VO graag een duidelijke scheiding in de reguliere kosten en de projectkosten voor het Wtp, waarbij de reguliere kosten maximaal wijzigen (toenemen/afnemen) in vergelijking met CBS-consumptiecijfers (eventueel inflatiecijfers). Taakstellende doelstelling zou bijvoorbeeld 20% lagere toename kunnen zijn.

Evaluatie: Het verantwoordingsorgaan constateert dat deze beleidsdoelstelling wederom niet is gerealiseerd. De stijging van de uitvoeringskosten zet zich helaas onverminderd voort. De kosten van overgang naar Wtp zijn voor het pensioenfonds moeilijk in de hand te houden. In de benchmark (Rapport Bell) ziet het verantwoordingsorgaan dat Pensioenfonds Kappers uit de pas gaat lopen in vergelijking met vergelijkbare pensioenfondsen. Het verantwoordingsorgaan blijft aandacht vragen voor dit onderwerp en verwacht van het bestuur dat het aandacht blijft houden op dit onderwerp in het belang van onze deelnemers, onder meer door het formuleren en monitoren van concrete doelstellingen.

Beleidsdoelstellingen 2025

Het verantwoordingsorgaan formuleert jaarlijks beleidsdoelstellingen. Voor het boekjaar 2025 heeft het verantwoordingsorgaan drie beleidsdoelstellingen geformuleerd:

1. Weloverwogen en evenwichtige besluitvorming omtrent invaren

De keuze voor al dan niet invaren is een belangrijk aspect van de voorbereiding naar de Wtp, waar het verantwoordingsorgaan een grote rol in speelt. Om het adviesrecht vorm te geven, stelt het verantwoordingsorgaan als doel om een sessie te organiseren waarin het verantwoordingsorgaan door een onafhankelijk deskundige wordt bijgestaan in het beoordelen van de besluitvorming en het formuleren van een advies. Een heldere afweging met brede toelichting door het bestuur voor alle deelnemers is daarbij wenselijk. Een hulpmiddel voor het bestuur en VO is een duidelijke/inzichtelijke rekentool waarmee diverse maatmensen doorgerekend kunnen worden in meer scenario’s (goed/slecht weer).

2. Toeslagverlening

Het verantwoordingsorgaan heeft begrepen dat het bestuur in 2025 voornemens is het toeslagbeleid te versoepelen. Het bestuur heeft deze mogelijkheid doordat het deelneemt aan het transitie-FTK. Het verantwoordingsorgaan ziet deze beleidswijziging als positief. Het verantwoordingsorgaan doet de aanbeveling om een zo ruim mogelijke toeslag te verlenen als dit op grond van de financiële positie mogelijk en verantwoord is.

3. Uitvoeringskosten

Het verantwoordingsorgaan acht het van belang dat de verhouding van de uitvoeringskosten en het pensioenresultaat voor de deelnemer in balans ligt en stelt wederom als doel om in 2025 kritisch te blijven op de reguliere kosten en de projectkosten van Wtp in relatie tot de pensioenaanspraken van de deelnemer. Het verantwoordingsorgaan constateert dat het bestuur hierop ook focus heeft en mede n.a.v. de stijgende kosten de mogelijkheden tot consolidatie onderzoekt. Het verantwoordingsorgaan doet de aanbeveling om naast de kosten per deelnemer, de uitvoeringskosten ook te toetsen aan andere maatstaven.

Bevindingen

Het verantwoordingsorgaan heeft op grond van de gesprekken met het bestuur en de beoordeelde documentatie de volgende bevindingen over het verslagjaar 2024:

Overbruggingsplan

Het bestuur heeft ook in 2024 besloten deel te nemen aan het transitie-FTK. Hiertoe heeft het in juni 2024 een overbruggingsplan opgesteld en ter advies aan het verantwoordingsorgaan voorgelegd. Het verantwoordingsorgaan heeft hierover positief geadviseerd en constateerde dat het bestuur aan de gedane aanbevelingen uit 2023 opvolging heeft gegeven.

Financiële positie

De financiële positie van het pensioenfonds is in het verslagjaar verder verbeterd. Toch blijft de financiële positie een belangrijk punt van aandacht, mede met het oog op de komende transitie naar het nieuwe pensioenstelsel.

Kosten pensioenregeling Het verantwoordingsorgaan constateert dat het beheersen van kosten lastig is en blijft. De hele pensioensector wordt geconfronteerd met kostenstijgingen, met name als gevolg van de implementatie van de nieuwe Wtp-regelgeving. Concrete doelstellingen ter beheersing van de kosten zijn door het pensioenfonds nog niet geformuleerd. Het verantwoordingsorgaan begrijpt dat dit lastig is, maar verwacht toch verdere concrete stappen van het bestuur om hierop meer “in control” te zijn. 

Voortgang project Wtp

Het project Wtp heeft als gevolg van de onenigheid met de sociale partners in het eerste kwartaal van 2024 nagenoeg stilgelegen. Het verantwoordingsorgaan merkt op dat het belang van een goed stakeholdermanagement, niet in de laatste plaats richting sociale partners, onontbeerlijk is. Verdere vertragingen in dit project zijn niet gewenst. 

Oordeel

Op grond van voorgaande bevindingen komt het verantwoordingsorgaan van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf tot het oordeel dat:

  • Het bestuur voldoende informatie aan het verantwoordingsorgaan heeft verstrekt om zich een oordeel te vormen;
  • Het handelen van het bestuur in 2024 in overeenstemming is geweest met de statuten en reglementen;
  • Het bestuur in 2024 een consistent beleid heeft gevoerd, waarbij het bestuur zich heeft ingezet om de belangen van alle betrokkenen evenwichtig af te wegen;
  • Het bestuur actief en besluitvaardig opereert;
  • Het bestuur in 2024 veel aandacht heeft gegeven aan de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel;
  • Het bestuur blijvend aandacht zal moeten schenken aan een goede relatie met sociale partners, niet alleen in het kader van de besluitvorming omtrent invaren als ook de implementatie van die besluitvorming maar ook in relatie tot mogelijke toekomstige consolidatie;
  • Het bestuur moet blijven sturen op een verantwoorde beheersing van de uitvoeringskosten nu deze ondanks eerdere opmerkingen daarover van het verantwoordingsorgaan en de door het bestuur toegezegde inspanningen jaar op jaar stevig blijven toenemen.

Vooruitblik 2025

Het verantwoordingsorgaan monitort de ontwikkeling van de financiële positie in 2025 nauwlettend. Zeker met het oog op het verzoek om gebruik te maken van de versoepelde regels voor het verlenen van een toeslag. Uiteraard zal een mogelijke toeslagverlening ook worden beoordeeld op evenwichtsaspecten met het oog op de komende transitie. Het verantwoordingsorgaan heeft een kader opgesteld om de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel op evenwichtigheid te beoordelen. Het verantwoordingsorgaan zal deze evenwichtigheid zowel op kwalitatieve als kwantitatieve aspecten beoordelen. De voortgang in het project Wtp zal onverminderd onder de aandacht van het verantwoordingsorgaan blijven. In 2024 hebben de sociale partners een transitieplan opgesteld.

Ter bevordering van de diversiteit in het verantwoordingsorgaan is met ingang van 1 januari 2024 voor een periodevan twee jaar een stagiair als toehoorder toegetreden. Deze periode loopt eind 2025 ten einde. Het verantwoordingsorgaan gaat zich beraden op de invulling van de vrijkomende positie.

In 2025 zal er weer een zelfevaluatie van het verantwoordingsorgaan plaatsvinden. Deze zal plaatsvinden onder begeleiding van een externe partij.

Woerden, 17 juni 2025

Namens het Verantwoordingsorgaan van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf

John Kerstens, voorzitter


Ben van Raaij, lid


Hajo Laman, lid


Jeroen Paardenkooper, Stagiair

11.4 Reactie bestuur

Het bestuur heeft met belangstelling kennisgenomen van het verslag en oordeel van het Verantwoordingsorgaan over 2024. De samenwerking tussen het bestuur en het verantwoordingsorgaan verliep ook in 2024 op een prettige en constructieve wijze. De gezamenlijke vergaderingen verliepen constructief en in goed harmonie. Het bestuur waardeert dat de leden van het verantwoordingsorgaan regelmatig als toehoorder aansluiten bij themasessies van het bestuur of sessies over de resultaten van Wtp-rekenrondes. Hieruit blijkt de betrokkenheid en professionaliteit van de leden.

Het bestuur onderschrijft de zorgen van het verantwoordingsorgaan bij de stijgende kosten van de pensioenuitvoering. Nie alleen de kosten voor de transitie naar de Wtp-regeling, maar ook de van de reguliere bedrijfsvoering. Het bestuur monitort de realisatie van de kosten nauwgezet met de fondsbegroting, de begroting Projectgroep Wtp (implementatie) en de begroting Stuurgroep Wtp (regeling). Het bestuur vindt het spijtig om te moeten constateren dat de kosten over de volle breedte hoger zijn dan vooraf ingeschat. Daarom is het bestuur een onderzoek gestart naar de mogelijkheden tot consolidatie en in gesprek gegaan met de uitbestedingsrelaties om de prijsstelling naar beneden te laten aanpassen.

Zowel bij een mogelijke toeslagverlening als bij de voorbereiding op de transitie naar de Wtp-regeling neemt het bestuur de aanbeveling van het verantwoordingsorgaan om evenwichtigheidsaspecten expliciet mee te nemen in de afweging zeer serieus. Het bestuur zal deze afweging delen met het verantwoordingsorgaan en het resultaat terugkoppelen.

Het bestuur bedankt het verantwoordingsorgaan voor hun inzet en betrokkenheid in 2024, temeer omdat er veel van de leden gevraagd wordt ten behoeve van de transitie naar een Wtp-regeling.

Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report