
Jaarrekening
In dit hoofdstuk presenteert het bestuur van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf de jaarrekening over boekjaar 2024 eindigend op 31 december 2024. In hoofdstuk 14 ‘Overige gegevens’ volgen de verklaringen van de certificerend actuaris en onafhankelijk controlerend accountant van het pensioenfonds.
De in dit hoofdstuk vermelde bedragen zijn in duizenden euro’s, tenzij anders is aangegeven.
13.1 Balans per 31 december
(na voorgestelde bestemming van het saldo van baten en lasten)
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Ref. | ||||||||
| ACTIVA | ||||||||
| Beleggingen voor risico pensioenfonds | 1 | |||||||
| Vastgoed beleggingen | 139.931 | 131.870 | ||||||
| Aandelen | 347.732 | 279.306 | ||||||
| Vastrentende waarden | 640.420 | 583.719 | ||||||
| Overige beleggingen | 5.980 | 2.647 | ||||||
| 1.134.063 | 997.542 | |||||||
| Vorderingen en overlopende activa | 2 | 11.678 | 12.440 | |||||
| Overige activa | 3 | 5.598 | 2.933 | |||||
| TOTAAL ACTIVA | 1.151.339 | 1.012.915 | ||||||
| PASSIVA | ||||||||
| Stichtingskapitaal en reserves | 4 | |||||||
| Beleggingsreserve | 203.758 | 183.175 | ||||||
| Beleidsreserve | -117.854 | -135.082 | ||||||
| 85.904 | 48.093 | |||||||
| Technische voorzieningen | 5 | |||||||
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds | 1.062.287 | 961.800 | ||||||
| Overige schulden en overlopende passiva | 6 | 3.148 | 3.022 | |||||
| TOTAAL PASSIVA | 1.151.339 | 1.012.915 | ||||||
| Dekkingsgraad op basis van FTK (in %) | ||||||||
| Actuele dekkingsgraad | 108,1% | 105,0% | ||||||
| Beleidsdekkingsgraad | 108,0% | 106,3% |
13.2 Verantwoording van baten en lasten
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||||||
| Ref. | ||||||||
| BATEN | ||||||||
| Premiebijdragen voor risico pensioenfonds | 7 | 55.006 | 46.565 | |||||
| Beleggingsresultaten voor risico pensioenfonds | 8 | 98.841 | 52.484 | |||||
| Overige baten | 9 | -393 | -288 | |||||
| TOTAAL BATEN | 153.454 | 98.761 | ||||||
| LASTEN | ||||||||
| Pensioenuitkeringen | 10 | 7.740 | 7.459 | |||||
| Pensioenuitvoeringskosten | 11 | 5.220 | 5.703 | |||||
| Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds | 12 | |||||||
| Pensioenopbouw | 38.680 | 30.942 | ||||||
| Rentetoevoeging | 33.884 | 29.948 | ||||||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringkosten | -8.133 | -7.441 | ||||||
| Wijziging marktrente | 44.618 | 10.797 | ||||||
| Wijziging actuariële grondslagen | -5.910 | 2.351 | ||||||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | -3.268 | -13.697 | ||||||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | 616 | 177 | ||||||
| 100.487 | 53.077 | |||||||
| Saldo overdrachten van rechten | 13 | 2.178 | 12.494 | |||||
| Overige lasten | 14 | 18 | 45 | |||||
| TOTAAL LASTEN | 115.643 | 78.778 | ||||||
| Saldo van baten en lasten | 37.811 | 19.983 | ||||||
| Bestemming van het saldo van baten en lasten | ||||||||
| Beleggingsreserve | 20.583 | 5.535 | ||||||
| Beleidsreserve | 17.228 | 14.448 | ||||||
| Totaal saldo van baten en lasten | 37.811 | 19.983 |
13.3 Kasstroomoverzicht
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||||||
| KASSTROOM UIT PENSIOENACTIVITEITEN | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Ontvangen premies | 55.236 | 44.854 | ||||||
| Ontvangen in verband met overdracht van rechten | 1.091 | 2.409 | ||||||
| Overige ontvangsten | 299 | 12 | ||||||
| 56.627 | 47.275 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Betaalde pensioenuitkeringen | -7.721 | -7.454 | ||||||
| Betaald in verband met overdracht van rechten | -3.277 | -14.909 | ||||||
| Betaalde pensioenuitvoeringskosten | -5.527 | -6.039 | ||||||
| -16.526 | -28.402 | |||||||
| Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten | 40.101 | 18.873 | ||||||
| KASSTROOM UIT BELEGGINGSACTIVITEITEN | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Verkopen en aflossingen van beleggingen | 414.287 | 203.109 | ||||||
| Ontvangen directe beleggingsopbrengsten | 7.532 | 5.697 | ||||||
| 421.819 | 208.806 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Aankopen beleggingen | -458.152 | -225.493 | ||||||
| Betaalde kosten vermogensbeheer | -1.104 | -587 | ||||||
| Koers- en omrekenverschillen op liquide middelen | 1 | 75 | ||||||
| -459.255 | -226.005 | |||||||
| Totaal kasstroom uit beleggingsactiviteiten | -37.436 | -17.199 | ||||||
| Netto kasstroom | 2.665 | 1.674 | ||||||
| Liquide middelen per 1 januari | 2.933 | 1.259 | ||||||
| Liquide middelen per 31 december | 5.598 | 2.933 | ||||||
| Mutatie liquide middelen | 2.665 | 1.674 | ||||||
13.4 Algemene toelichting
Inleiding
Het doel van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 41178953, statutair gevestigd te Woerden (hierna het ‘pensioenfonds’) is het nu en in de toekomst verstrekken van uitkeringen aan gepensioneerden en nabestaanden ter zake van ouderdom en overlijden; tevens verstrekt het pensioenfonds uitkeringen aan arbeidsongeschikte deelnemers. Deze doelstelling is nader uitgewerkt in onder andere de statuten, het pensioenreglement, de uitvoeringsovereenkomst en de Actuariële en Bedrijfstechnische Nota.
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf is statutair gevestigd in Woerden.
Adresgegevens: Pompmolenlaan 10C, 3447 GK Woerden
Overeenstemmingsverklaring
De Jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals deze zijn opgenomen in Titel 9, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en met inachtneming van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving in het bijzonder Richtlijn 610.
De bedragen opgenomen in de jaarrekening zijn vermeld in duizenden euro’s, tenzij anders is aangegeven. In de tabellen opgenomen berekeningen zijn gebaseerd op niet-afgeronde bedragen; er kunnen zich derhalve afrondingsverschillen voordoen.
Het bestuur heeft op 17 juni 2025 de jaarrekening vastgesteld.
Vergelijking voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaand jaar.
Continuïteit
De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Voor de toelichting op de continuïteit wordt verwezen naar de toelichting op het eigen vermogen.
ALGEMENE GRONDSLAGEN
Opname in de balans en staat van baten en lasten
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het pensioenfonds zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of een verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. Dit betekent dat transacties worden verwerkt op handelsdatum en niet op afwikkelingsdatum. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een post 'nog af te wikkelen transacties'. Deze post kan zowel een actief als een passief zijn.
Baten worden in de verantwoording van baten en lasten opgenomen wanner een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Saldering van een actief en een verplichting
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als nettobedrag in de balans opgenomen indien sprake is van een wettelijke of contractuele bevoegdheid om het actief en de verplichting gesaldeerd en gelijktijdig af te wikkelen en bovendien de intentie bestaat om de posten op deze wijze af te wikkelen. De opgelopen rente voor Rente Swaps wordt niet gesaldeerd weergegeven. Vorderingen en Schulden worden beide opgenomen op de balans. De met de gesaldeerd opgenomen financiële activa en financiële verplichtingen samenhangende rentebaten en rentelasten worden eveneens gesaldeerd opgenomen.
Schattingen en veronderstellingen
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten.
De schattingen en hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en verschillende andere factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De uitkomsten hiervan vormden de basis voor het oordeel over de boekwaarde van activa en verplichtingen die niet op eenvoudige wijze uit andere bronnen blijkt. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien, indien de herziening alleen voor die periode gevolgen heeft, of in de periode van herziening en toekomstige perioden, indien de herziening gevolgen heeft zowel de verslagperiode als toekomstige perioden.
Schattingswijziging
De opstelling van de financiële opstelling in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het Bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.
Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende posten in de financiële opstelling. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien, en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
Ultimo 2024 zijn de volgende actuariële grondslagwijzigingen voor in totaal 5.910 doorgevoerd waarvan het totaaleffect op de dekkingsgraad 0,6%-punt is.
- Overstap van Prognosetafel AG2022 naar Prognosetafel AG2024. Dit leidt tot een daling van de voorziening pensioenverplichtingen met 1.169. Het effect hiervan op de dekkingsgraad is 0,1%-punt positief.
- Overstap van ervaringssterftecorrectie 2022 naar ervaringssterftecorrectie 2024. Dit leidt tot een daling van de voorziening pensioenverplichtingen met 4.741 en heeft een positief effect op de dekkingsgraad van 0,5%-punt.
Dekkingsgraden
De actuele dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het pensioenvermogen te delen op de totale technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.
De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.
Verwerking van waardeveranderingen van beleggingen
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden verantwoord in de staat van baten en lasten, onder indirecte beleggingsopbrengsten.
Vreemde valuta
De jaarrekening is opgesteld in euro’s, zijnde de functionele en de presentatie valuta van het pensioenfonds. Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro’s tegen de koers per balansdatum. Deze waardering is onderdeel van de waardering tegen reële waarde. Baten en lasten voorvloeiende uit transacties in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen de koers per transactiedatum. Alle valutakoersverschillen worden verantwoord in de staat van baten en lasten en zijn opgenomen onder indirecte beleggingsopbrengsten. De gehanteerde koersen van de belangrijkste valuta zijn:
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||||
| CHF | 0,94 | 0,93 | ||||
| DKK | 7,46 | 7,45 | ||||
| GBP | 0,83 | 0,87 | ||||
| HKD | 8,04 | 8,63 | ||||
| NOK | 11,76 | 11,22 | ||||
| SEK | 11,44 | 11,13 | ||||
| SGD | 1,41 | 1,46 | ||||
| USD | 1,04 | 1,10 |
GRONDSLAGEN VOOR DE WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA
Beleggingen voor risico pensioenfonds
Algemeen
De beleggingen voor risico pensioenfonds bestaan uit de financiële instrumenten van het pensioenfonds.
Een financieel instrument wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het pensioenfonds zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle toekomstige economische voordelen en risico’s met betrekking tot een actief of een verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. Dit betekent dat transacties worden verwerkt op handelsdatum en niet op afwikkelingsdatum. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een post “nog af te wikkelen transacties”. Deze post kan zowel een actief als een passief zijn.
Reële waarde
Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen de reële waarde plus eventuele direct toerekenbare transactiekosten. De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen die tot een transactie bereid en die onafhankelijk van elkaar zijn. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de transacties niet in het kader van executie of liquidatie worden uitgevoerd.
Na eerste opname worden vastgoedbeleggingen, aandelen, vastrentende waarden, derivaten en overige beleggingen als volgt gewaardeerd:
Vastgoedbeleggingen
Beleggingen in direct vastgoed worden gewaardeerd tegen de actuele waarde, zijnde de reële waarde per balansdatum, gebaseerd op periodieke door onafhankelijke deskundigen verrichte taxaties. Indien daartoe aanleiding is, wordt bij de waardering rekening gehouden met de feitelijke verhuursituatie en/of renovatieactiviteiten. Resultaten door wijziging in reële waarde worden in de staat van baten en lasten verantwoord.
Beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen de per balansdatum geldende beurskoers. Niet-beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd op de per ultimo verslagperiode berekende intrinsieke waarde. De intrinsieke waarde wordt ontleend aan de op lokale grondslagen gebaseerde meest recente opgaven van de desbetreffende fondsmanagers welke uitgaan van waardering op marktwaarde.
Aandelen
Beursgenoteerde aandelen en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen de per balansdatum geldende beurskoers. Participaties in beleggingsfondsen in aandelen die geen beursnotering kennen worden gewaardeerd op de per ultimo verslagperiode berekende intrinsieke waarde. De intrinsieke waarde wordt ontleend aan de op lokale grondslagen gebaseerde meest recente opgaven van de desbetreffende fondsmanagers welke uitgaan van waardering op marktwaarde.
Dividenden worden in de staat van baten en lasten verantwoord onder directe beleggingsopbrengsten op het moment dat het recht van de entiteit wordt gevestigd. In het geval van beursgenoteerde effecten is dit de datum waarop het aandeel ex-dividend gaat. Alle gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen worden verantwoord in de staat van baten en lasten onder indirecte beleggingsopbrengsten.
Vastrentende waarden
Beursgenoteerde vastrentende waarden en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen de per balansdatum geldende beurskoers. Participaties in beleggingsfondsen in vastrentende waarden die geen beursnotering kennen worden gewaardeerd op de per ultimo verslagperiode berekende intrinsieke waarde. De intrinsieke waarde wordt ontleend aan de op lokale grondslagen gebaseerde meest recente opgaven van de desbetreffende fondsmanagers welke uitgaan van waardering op marktwaarde.
Couponrente wordt in de staat van baten en lasten verantwoord onder directe beleggingsopbrengsten. Alle gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen worden verantwoord in de staat van baten en lasten onder indirecte beleggingsopbrengsten.
Derivaten
Derivaten worden gewaardeerd op reële waarde, te weten de relevante marktnoteringen of, als die niet beschikbaar zijn, de waarde die wordt bepaald met behulp van waarderingsmodellen.
Alle gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen worden verantwoord in de staat van baten en lasten onder indirecte beleggingsopbrengsten.
Overige beleggingen
Beursgenoteerde beleggingen worden gewaardeerd tegen de per balansdatum geldende beurskoers. Niet-beursgenoteerde (indirecte) beleggingen worden gewaardeerd op de per ultimo verslagperiode berekende intrinsieke waarde. De intrinsieke waarde wordt ontleend aan de op lokale grondslagen gebaseerde opgaven van de desbetreffende fondsmanagers.
Securities lending
Beleggingen die in het kader van een securities lending contract worden uitgeleend, blijven deel uitmaken van de balans en worden gewaardeerd conform de grondslag voor waardering en resultaatbepaling zoals die geldt voor deze beleggingen. Indien uit hoofde van een securities lending programma als zekerheid beleggingen zijn ontvangen worden deze beleggingen en de daarmee samenhangende verplichtingen niet in de balans opgenomen. Alle uit het securities lending programma voortvloeiende baten en lasten worden volgens het toerekenbeginsel over de looptijd van de betreffende transacties verantwoord onder de (in)directe beleggingsopbrengsten.
Vorderingen en overlopende activa
Overige activa en vorderingen en overlopende activa worden bij eerste opname gewaardeerd op reële waarde. Na eerste opname worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten) onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen, indien sprake is van oninbaarheid.
Bij de waardering van vorderingen wordt rekening gehouden met het risico van oninbaarheid door hiervoor een voorziening in aftrek te brengen op het saldo van de uitstaande vorderingen. Voor gelijksoortige posten met gelijksoortige risico’s wordt gezamenlijk een schatting gemaakt van verliezen en risico’s op balansdatum. Deze systematiek om de voorziening vast te stellen wordt gerekend tot de statische methode.
Overige activa
Onder overige activa worden onder meer liquide middelen opgenomen voor zover dit onmiddellijk opeisbare banktegoeden betreft. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Zij worden onderscheiden van tegoeden in verband met beleggingstransacties. Liquide middelen uit hoofde van beleggingstransacties worden gepresenteerd onder de overige beleggingen.
Stichtingskapitaal en reserves
Algemeen
Stichtingskapitaal en reserves worden bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn opgenomen. In de toelichting wordt opgenomen het krachtens de Pensioenwet minimaal vereiste eigen vermogen volgens de in het Besluit financieel toetsingskader (FTK) voorgeschreven berekeningsmethodiek als het surplusvermogen.
Beleggingsreserve
De beleggingsreserve is een bestemmingsreserve, die niet ter vrije beschikking staat, om alle risico's, zoals vastgelegd in de Regeling Pensioenwet onder vaststelling vereist eigen vermogen op te kunnen vangen. Deze bestemmingsreserve wordt wel meegenomen in de bepaling van de dekkingsgraad.
Beleidsreserve
De beleidsreserve bevat het resterende gedeelte van het eigen vermogen van het pensioenfonds. Deze reserve wordt gemuteerd door het resultaat nadat de beleggingsreserve op het juiste niveau wordt gebracht.
Technische voorzieningen voor risico pensioenfonds
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds
De voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds wordt gewaardeerd tegen reële waarde conform de grondslagen van het fonds. De reële waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen.
Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de onvoorwaardelijke (toeslag)toezeggingen. De contante waarde wordt bepaald met gebruikmaking van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur.
Bij de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds is uitgegaan van de op de balansdatum geldende actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN) en van de over de verstreken deelnemersjaren verworven aanspraken. Jaarlijks wordt door het bestuur besloten of op de opgebouwde pensioenaanspraken toeslagverlening kan worden toegepast. Alle per balansdatum bestaande toeslagbesluiten (ook voor toeslagbesluiten na balansdatum voor zover sprake is van ex ante condities) zijn in de berekening begrepen. Er wordt geen rekening gehouden met toekomstige salarisontwikkelingen.
Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met premievrije pensioenopbouw in verband met invaliditeit op basis van de contante waarde van de toekomstige opbouw waarvoor vrijstelling is verleend wegens arbeidsongeschiktheid.
Bij de bepaling van de actuariële uitgangspunten wordt uitgegaan van voor de toezichthouder acceptabele grondslagen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorzienbare trend in overlevingskansen.
De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de volgende actuariële grondslagen en veronderstellingen per einde boekjaar:
- Gehanteerde rekenrente
De gehanteerde rekenrente is de rentetermijnstructuur zoals door DNB gepubliceerd per 31 december 2024. Deze komt voor het pensioenfonds overeen met een gemiddelde rekenrente van 1,95% (eind 2023: 2,15%). - Overlevingstafels
In september 2024 is door het Koninklijk Actuarieel Genootschap de Prognosetafel AG2024 gepubliceerd. De Prognosetafel AG2024 vervangt de Prognosetafel AG2022. Om rekening te houden met het gegeven dat de fondspopulatie af kan wijken van de totale populatie waarop de prognosetafel is gebaseerd, is een leeftijdsafhankelijke en geslachtsafhankelijke correctiefactor op de sterftekansen toegepast. De correctiefactor voor een partner is gelijk aan de factor voor een deelnemer. Er heeft in 2024 tevens een aanpassing in de correctiefactoren plaatsgevonden. - Partnerfrequentie
Voor de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen voor nog niet ingegane nabestaandenpensioenen wordt een partnerfrequentie gehanteerd die gebaseerd is op de landelijke partnerfrequentie volgens de data van het CBS uit 2020, met uitzondering van de leeftijden 61 tot en met 68. Voor deze leeftijden wordt 100% gehanteerd. Na de pensionering wordt het bepaald partnersysteem toegepast. - Leeftijdsverschil man – vrouw
Voor partnerpensioen is aangenomen dat de partner 3 jaar jonger is dan de verzekerde man en 3 jaar ouder dan de verzekerde vrouw. - Voorziening voor uitgesteld wezenpensioen
De lasten van nog niet ingegaan wezenpensioen zijn gesteld op 3% (2023: idem) van de lasten van het nog niet ingegaan partnerpensioen tot 65 jaar; bij de vaststelling van de lasten van ingegaan wezenpensioen wordt verondersteld dat het pensioen moet worden uitgekeerd tot de 18-jarige leeftijd, waarbij geen rekening wordt gehouden met sterftekansen. - Voorziening voor toekomstige uitvoeringskosten
Voor toekomstige uitvoeringskosten wordt 3,0% (2023: idem) van de netto TV opgenomen. - Voorziening voor toekomstige pensioenopbouw arbeidsongeschikten
Voor arbeidsongeschikte deelnemers wordt de voorziening pensioenverplichtingen voor het arbeidsongeschikte deel berekend als 90% van de contante waarde van de op de pensioendatum in uitzicht gestelde pensioenen bij een tot die datum voortgezette pensioenopbouw. - IBNR (Incurred but not reported)
De TV ter dekking van het risico van toekomstige premievrijstelling wordt vastgesteld als de som van de opslag in de premie van het huidige jaar en de opslag in de premie van het voorgaande jaar. Per 2023 was de opslag 0,6% van de pensioengrondslag. In 2024 is de opslag 6,5% van de actuariële koopsom. - Onvindbaren
Niet opgevraagd pensioen: Voor pensioen dat nog niet is ingegaan omdat de deelnemer onvindbaar is of niet reageert wordt de reservering 5 jaar volledig in stand gehouden en vervolgens in 10 jaar lineair afgeschreven tot nihil.
Overige schulden en overlopende passiva
Overige schulden en overlopende passiva worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Na de eerste verwerking worden schulden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten).
Verbonden partijen
Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend. Ook statutaire bestuurders of andere sleutelfunctionarissen in het bestuur van het fonds en nauwe verwanten zijn verbonden partijen.
Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
GRONDSLAGEN VOOR DE RESULTAATBEPALING
Algemeen
Baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop deze betrekking hebben. De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de voorzieningen pensioenverplichtingen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat.
Premiebijdragen
Onder premiebijdragen wordt verstaan de aan derden in rekening gebrachte c.q. te brengen bedragen voor de in het verslagjaar verzekerde pensioenen onder aftrek van kortingen. Premies zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. De premiebaten in het boekjaar zijn gebaseerd op de definitieve loonsomopgaven van de werkgevers. Voor een beperkt aantal werkgevers, zijn de premiebaten gebaseerd op voorlopige loonsomopgaven.
Beleggingsresultaten
(In)directe beleggingsresultaten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen en valutaresultaten. In de jaarrekening wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als indirecte beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen. Aankoopkosten zijn verwerkt in de reële waarde van de beleggingen. Verkoopkosten worden verantwoord als onderdeel van de herwaarderingen.
Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten worden verstaan rentebaten en -lasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten. Dividend wordt verantwoord op het moment van betaalbaarstelling.
Kosten van vermogensbeheer
Onder kosten van vermogensbeheer worden de externe en de daaraan toegerekende interne kosten verstaan. Exploitatiekosten van onroerende zaken in exploitatie zijn in de kosten van vermogensbeheer opgenomen.
Verwerking van kosten
Met de directe en indirecte beleggingsopbrengsten zijn verrekend de aan de opbrengsten gerelateerde transactiekosten, provisies, valutaverschillen, e.d.
Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief afkopen. De pensioenuitkeringen zijn berekend op actuariële grondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.
Pensioenuitvoeringskosten
De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Technische voorzieningen voor risico pensioenfonds
Pensioenopbouw
De pensioenopbouw is de contante waarde van de pensioenaanspraken die toegekend zijn in het boekjaar.
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen worden contant gemaakt tegen de nominale marktrente op basis van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur. De interesttoevoeging wordt tegen de 1-jaarsrente primo boekjaar berekend over de beginstand en de mutaties gedurende het jaar.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de technische voorzieningen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorzieningen betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de pensioenen in de verslagperiode.
Onttrekking voor pensioenuitvoeringskosten
Jaarlijks wordt 3% van de pensioenopbouw en de inkomende waardeoverdrachten toegevoegd aan de technische voorziening ten behoeve van de pensioenuitvoeringskosten. Daarnaast valt 3% van de uitkeringen, afkopen en uitgaande waardeoverdrachten vrij uit de technische voorziening ten behoeve van pensioenuitvoeringskosten (excassokosten).
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de actuele waarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering ten opzichte van de forward-rente zoals die op 1 januari is berekend voor 31 december van de rentetermijnstructuur wordt hieronder verantwoord.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
Hieronder zijn opgenomen de aan het verslagjaar toe te rekenen overdrachtswaarde van de overgenomen respectievelijk overgedragen pensioenaanspraken met betrekking tot de actuariële waarde.
Overige wijzigingen
De onder deze post opgenomen mutaties van de voorziening hebben betrekking op de kanssystemen.
Saldo overdrachten van rechten voor risico pensioenfonds
De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van overgenomen dan wel overgedragen pensioenverplichtingen.
Overige baten en lasten
De overige baten en lasten worden opgenomen voor de aan het verslagjaar toe te rekenen bedragen.
GRONDSLAGEN KASSTROOM
Het kasstroomoverzicht is opgesteld overeenkomstig de directe methode. Alle ontvangsten en uitgaven worden hierbij als zodanig gepresenteerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten en beleggingsactiviteiten.
13.5 Toelichting op de balans
ACTIVA
1. Beleggingen voor risico pensioenfonds
Verloopoverzicht per beleggingscategorie
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Overige beleggingen | Totaal | |||||
| Stand per 1 januari 2024 | 131.870 | 279.306 | 583.719 | 2.647 | 997.542 | |||||
| Aankopen | 0 | 257.328 | 200.772 | 0 | 458.100 | |||||
| Verkopen | -740 | -241.152 | -172.854 | 0 | -414.746 | |||||
| Herwaardering | 8.801 | 52.250 | 28.783 | 0 | 89.834 | |||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 3.333 | 3.333 | |||||
| Stand per 31 december 2024 | 139.931 | 347.732 | 640.420 | 5.980 | 1.134.063 |
| (bedragen x € 1.000) | Vastgoed beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Overige beleggingen | Totaal | |||||
| Stand per 1 januari 2023 | 126.435 | 262.871 | 534.776 | 3.354 | 927.436 | |||||
| Aankopen | 17.564 | 101.487 | 107.591 | 0 | 226.642 | |||||
| Verkopen | -715 | -126.783 | -76.000 | 242 | -203.256 | |||||
| Herwaardering | -11.414 | 41.731 | 17.352 | -242 | 47.427 | |||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | -707 | -707 | |||||
| Stand per 31 december 2023 | 131.870 | 279.306 | 583.719 | 2.647 | 997.542 |
Collateral
In verband met de voorfinanciering door Caceis (custodian) van terug te ontvangen dividend/bronbelasting is pandrecht gevestigd op de beleggingen.
Securities lending
Het pensioenfonds heeft ultimo jaar geen deel van de aandelen- en obligatiebeleggingen beschikbaar gesteld voor het in bruikleen geven van effecten.
Premiebijdragende ondernemingen
Er wordt niet belegd in premiebijdragende ondernemingen.
Reële waarde
De waardering van de beleggingen vindt plaats tegen reële waarde. Afgezien van de beleggingsvorderingen en -schulden zijn de beleggingen van het pensioenfonds gewaardeerd tegen reële waarde per balansdatum. Het is over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de reële waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de reële waarde.
Voor de meerderheid van de beleggingen van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde beleggingen zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten.
- Genoteerde marktprijzen: beleggingen met genoteerde marktprijzen worden verhandeld aan een effectenbeurs of betreffen liquide middelen. Hieronder vallen aandelen, obligaties, onderpanden en banktegoeden.
- Andere methode(n): financiële instrumenten die middels een andere geschikte methode zijn gewaardeerd zijn o.a. Hedge funds, Equity funds, Infrastructure funds en Commodity funds of andere financiële instrumenten die geen direct waarneembare marktnotering hebben in een actieve markt. De waarde van deze financiële instrumenten wordt ontleend aan de op lokale grondslagen gebaseerde meest recente opgaven van de desbetreffende fondsmanagers.
Gehanteerde waarderingssystematiek op basis van Richtlijn 290.916
| (bedragen x € 1.000) | Genoteerde marktprijzen | Onafhankelijke taxaties |
NCW berekeningen | Andere methode(n) | Totaal | |||||
| Vastgoed beleggingen | 0 | 0 | 0 | 139.931 | 139.931 | |||||
| Aandelen | 347.732 | 0 | 0 | 0 | 347.732 | |||||
| Vastrentende waarden | 525.381 | 0 | 0 | 115.039 | 640.420 | |||||
| Overige beleggingen | 433 | 0 | 0 | 5.547 | 5.980 | |||||
| Stand per 31 december 2024 | 873.546 | 0 | 0 | 260.517 | 1.134.063 |
| (bedragen x € 1.000) | Genoteerde marktprijzen | Onafhankelijke taxaties |
NCW berekeningen | Andere methode(n) | Totaal | |||||
| Vastgoed beleggingen | 0 | 0 | 0 | 131.870 | 131.870 | |||||
| Aandelen | 279.306 | 0 | 0 | 0 | 279.306 | |||||
| Vastrentende waarden | 471.650 | 0 | 0 | 112.069 | 583.719 | |||||
| Overige beleggingen | 382 | 0 | 0 | 2.265 | 2.647 | |||||
| Stand per 31 december 2023 | 751.338 | 0 | 0 | 246.204 | 997.542 |
Schatting van reële waarde
Vastgoed
Het deel van de waarde aan vastgoedbeleggingen dat is opgenomen op basis van waarderingsmodellen en -technieken betreft zowel direct als indirect vastgoed. Zoals bij de grondslagen staat vermeld is de waarde gebaseerd op de taxatiewaarde. De eerste waardering is verkrijgingsprijs inclusief transactiekosten. Deze taxaties worden verricht door verscheidene externe erkende taxateurs. Iedere externe taxateur hanteert, binnen de algemene richtlijnen zoals binnen de branche gelden, eigen uitgangspunten. De richtlijnen binnen de branche geven aan dat voor de waardebepaling in dit geval moet worden uitgegaan van de verkoopwaarde van een object met als doelstelling om met het object huurinkomsten te genereren. Als basis wordt hiervoor een contante waardeberekening gebruikt van de toekomstige kasstromen.
Aandelen
De waarde van de belegging is gebaseerd op direct waarneembare marktnoteringen in een actieve markt.
Vastrentende waarden
Het deel van de vastrentende waarden waarvan de reële waarde op basis van schatting wordt vastgesteld, betreft leningen op schuldbekentenis en hypotheken. De berekeningsgrondslag staat vermeld in de algemene toelichting op de grondslagen.
Vastgoedbeleggingen
De vastgoedbeleggingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Indirect vastgoed | 139.931 | 131.870 | ||
| Totaal | 139.931 | 131.870 |
Aandelen
De aandelen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Aandelen beleggingsfondsen | 347.732 | 279.306 | ||
| Totaal | 347.732 | 279.306 |
Vastrentende waarden
De vastrentende waarden kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Obligatiefondsen | 307.975 | 273.550 | ||
| Indirecte beleggingen (via fondsen) | 332.445 | 310.169 | ||
| Totaal | 640.420 | 583.719 |
Het pensioenfonds participeert in een LDI fonds. Dit fonds wordt gebruikt om het renterisico deels af te dekken. Het LDI fonds bestaat uit obligaties en swaps. De obligaties bestaan uit staatsobligaties en SSA-obligaties. Swaps zijn derivaten. Deze derivaten regelen een uitruil van de lange rente tegen de korte rente. Middels deze uitruil beschermt het pensioenfonds zich tegen een daling van de rente. Het fonds bestaat uit een mix van deze producten om twee redenen. Zowel obligaties als swaps geven een bescherming tegen dalende rente en er zijn obligaties benodigd bij het gebruik van swaps als onderpand.
De waarde van de bezittingen in het LDI fonds wordt gerapporteerd als geheel. Er is de keuze gemaakt om in de jaarrekening het LDI fonds in zijn geheel te categoriseren als onderdeel van vastrentende waarden en niet uit te splitsen in vastrentende waarden en derivaten (in de risicoparagraaf van de jaarrekening is de derivatenpositie nader toegelicht).
Overige beleggingen
De overige beleggingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Liquide middelen | 433 | 382 | ||
| Schulden inzake beleggingen | 0 | 0 | ||
| Vorderingen inzake beleggingen | 5.547 | 2.265 | ||
| Totaal | 5.980 | 2.647 | ||
De overige beleggingen hebben een resterende looptijd korter dan 1 jaar.
De liquide middelen betreffen de banktegoeden bij CACEIS ten behoeve van het pensioenfonds. CACEIS heeft een rating van A+ (bron: Fitch).
De post vorderingen inzake beleggingen omvat ultimo boekjaar:
- Te vorderen dividend 1.546 (2023: 1.827);
- Te vorderen dividendbelasting 6 (2023: 336);
- Te vorderen rente 3.388 (2023: 0);
- Overige vorderingen 607 (2023: 102).
2. Vorderingen en overlopende activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Vorderingen werkgevers | 2.543 | 4.967 | ||
| Nog te factureren premie | 9.031 | 7.441 | ||
| Overige vorderingen | 104 | 32 | ||
| Totaal | 11.678 | 12.440 |
De post "nog te factureren premie" heeft betrekking op de nog te factureren premie over november en december. De premie over deze maanden is respectievelijk in januari en februari 2025 aan de werkgevers gefactureerd.
Alle vorderingen en overlopende activa hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
Specificatie Vorderingen op werkgevers
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Vorderingen op werkgevers | 3.148 | 5.456 | ||
| Voorziening dubieuze vorderingen op werkgevers | -711 | -581 | ||
| 2.437 | 4.875 | |||
| Reclassificatie vorderingen op werkgevers | 106 | 92 | ||
| Totaal | 2.543 | 4.967 |
De post vorderingen op werkgevers bestaat uit openstaande debiteuren ad 3.148 (2023: 5.456) en een voorziening dubieuze debiteuren ad -711 (2023: -581). De reclassificatie vorderingen op werkgevers hangt samen met werkgevers die een creditsaldo hebben en onder de kortlopende schulden zijn gepresenteerd.
3. Overige activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Liquide middelen | 5.598 | 2.933 | ||
| Totaal | 5.598 | 2.933 |
Onder de liquide middelen worden opgenomen die kasmiddelen en tegoeden op ING-bankrekeningen die onmiddellijk opeisbaar zijn. ING-bank heeft een Standard and Poor’s rating van A+.
Bankrekeningen die beheerd worden door de vermogensbeheerder zijn onder de overige beleggingen opgenomen. Kredietfaciliteiten zijn niet van toepassing.
PASSIVA
4. Stichtingskapitaal en reserves
Mutatieoverzicht eigen vermogen
| (bedragen x € 1.000) | Beleggings-reserve | Beleids- reserve |
Totaal | |||
| Stand per 1 januari 2023 | 177.640 | -149.530 | 28.110 | |||
| Uit bestemmingssaldo van baten en lasten | 5.535 | 14.448 | 19.983 | |||
| Stand per 31 december 2023 | 183.175 | -135.082 | 48.093 | |||
| Uit bestemmingssaldo van baten en lasten | 20.583 | 17.228 | 37.811 | |||
| Stand per 31 december 2024 | 203.758 | -117.854 | 85.904 |
Solvabiliteit
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Pensioenvermogen | 1.148.191 | 108,1% | 1.009.893 | 105,0% | ||||
| Af: Technische voorzieningen | 1.062.287 | 100,0% | 961.800 | 100,0% | ||||
| Eigen vermogen | 85.904 | 8,1% | 48.093 | 5,0% | ||||
| Af: vereist eigen vermogen | 203.758 | 19,2% | 183.175 | 19,0% | ||||
| Reservetekort | -117.854 | -11,1% | -135.082 | -14,0% | ||||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 48.193 | 4,5% | 43.717 | 4,6% | ||||
| Actuele dekkingsgraad | 108,1% | 105,0% | ||||||
| Beleidsdekkingsgraad | 108,0% | 106,3% |
Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaardmodel. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen onder toelichting 'Risicobeheer en derivaten'.
De actuele dekkingsgraad is als volgt berekend: (totale activa -/- schulden) / technische voorzieningen * 100%, waarbij de technische voorzieningen gewaardeerd zijn op basis van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de actuele dekkingsgraad van de afgelopen 12 maanden.
De dekkingsgraad is hoger dan de beleidsdekkingsgraad en lager dan het vereist eigen vermogen. Hierdoor is er sprake van een reservetekort.
Overbruggingsplan
Pensioenfondsen hebben de mogelijkheid om tijdens de transitieperiode naar de nieuwe Wtp-regeling gebruik te maken van het zogenoemde transitie-FTK. Hierdoor kan een pensioenfonds in de transitieperiode al voorsorteren op de nieuwe regels die van kracht gaan worden.
Pensioenfonds Kappers heeft er in 2023 voor gekozen om gebruik te maken van het transitie-FTK. In 2024 heeft het bestuur de deelname aan het transitie-FTK gecontinueerd. Het bestuur had hierbij de volgende overwegingen. Als eerste is voortzetting van deelname aan het transitie-FTK consistentie in beleid. Als tweede sluit de voortgezette deelname aan bij de herbevestiging van de sociale partners om in te varen. Als laatste houdt het bestuur, door de deelname aan het transitie-FTK te continueren, de mogelijkheid open het toeslagbeleid te versoepelen.
Omdat het pensioenfonds niet voldoet aan vereist vermogen moest het in 2024, gelijk aan 2023, een overbruggingsplan opstellen. Het overbruggingsplan is ter advies aan het verantwoordingsorgaan voorgelegd. Het verantwoordingsorgaan heeft hierop positief geadviseerd. Het overbruggingsplan is vervolgens bij DNB ingediend. Het pensioenfonds had in het overbruggingsplan echter het voornemen opgenomen te onderzoeken of in 2024 een wijziging van het toeslagbeleid mogelijk zou zijn. DNB merkte op dat in het ingediende overbruggingsplan geen rekening was gehouden met deze voorgenomen beleidswijziging. Hierdoor was naar mening van DNB geen sprake van een concreet en haalbaar overbruggingsplan. DNB heeft, nadat het pensioenfonds had aangegeven in 2024 geen voornemen meer te hebben om het toeslagbeleid te wijzigen, ingestemd met het overbruggingsplan.
Herstelpan
Omdat het pensioenfonds gebruik maakt van het transitie-FTK hoeft het geen herstelplan in te dienen.
Voorstel tot resultaatbestemming
Ten aanzien van de bestemming van het saldo en lasten is geen bepaling opgenomen in de statuten van het pensioenfonds. De bestemming is nader uitgewerkt in de ABTN. Het voorstel van de verdeling van het positieve resultaat over boekjaar 2024 van 37.811 is als volgt: er wordt 20.590 toegevoegd aan de beleggingsreserve om deze gelijk te stellen aan het vereist eigen vermogen en het restant van 17.221 wordt toegevoegd aan de beleidsreserve.
Het verloop van de actuele dekkingsgraad kan als volgt worden gespecificeerd:
| Ontwikkeling dekkingsgraad | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Dekkingsgraad per 1 januari 2024 | 105,0% | 103,1% | ||
| Premie | 0,9% | 1,0% | ||
| Uitkeringen | 0,1% | 0,0% | ||
| Toeslagen/korting | 0,0% | 0,0% | ||
| Wijziging rentetermijnstructuur | -4,7% | -1,2% | ||
| Rendement | 6,4% | 2,3% | ||
| Wijziging Actuariele grondslagen | 0,6% | -0,2% | ||
| Overig | 0,1% | 0,0% | ||
| Kruiseffecten | -0,3% | 0,0% | ||
| Dekkingsgraad per 31 december 2024 | 108,1% | 105,0% |
De bepaling van de procentuele effecten van de diverse resultaatbronnen op de dekkingsgraad zijn conform de richtlijnen van DNB alle uitgedrukt ten opzichte van de dekkingsgraad primo jaar. Dit zorgt ervoor dat de optelling van dekkingsgraad primo jaar plus alle afzonderlijke procentuele effecten niet leidt tot de dekkingsgraad ultimo jaar. Het verschil tussen deze twee wordt verantwoord onder de noemer kruiseffecten; in het algemeen geldt dat deze post groter wordt naarmate de uitschieters in de afzonderlijke resultaatcomponenten groter worden.
5. Technische voorzieningen voor risico pensioenfonds
Specificatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Basisregeling | 1.028.728 | 933.017 | ||
| AOP | 26 | 28 | ||
| Premievrijstelling/IBNR | 33.533 | 28.755 | ||
| Totaal | 1.062.287 | 961.800 |
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Stand per 1 januari | 961.800 | 908.723 | ||
| Pensioenopbouw | 38.680 | 30.942 | ||
| Rentetoevoeging | 33.884 | 29.948 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringkosten | -8.133 | -7.441 | ||
| Wijziging marktrente | 44.618 | 10.797 | ||
| Wijziging actuariële grondslagen | -5.910 | 2.351 | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | -3.268 | -13.697 | ||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | 616 | 177 | ||
| Stand per 31 december | 1.062.287 | 961.800 |
Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 3,439% (2023: 3,264%) op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2024 respectievelijk de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2023.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en -uitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de uitbetaling van pensioenen van de verslagperiode.
Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte uitvoeringskosten in de verslagperiode.
Wijzing marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de voorzieningen pensioenverplichtingen voor pensioenfonds herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder wijziging marktrente.
Wijziging actuariële grondslagen
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien voor de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van de veronderstellingen voor sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds.
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Toevoeging aan de technische voorziening | 1.868 | 3.034 | ||
| Onttrekking aan de technische voorziening | -5.136 | -16.731 | ||
| Totaal | -3.268 | -13.697 |
Overige mutaties
Resultaat op kanssystemen en overige mutaties technische grondslagen:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Resultaat op kanssystemen: | ||||
| - Sterfte | -858 | 38 | ||
| - Arbeidsongeschiktheid | 1.480 | 686 | ||
| - Mutaties | -6 | 45 | ||
| Overige technische mutaties | 0 | -592 | ||
| Totaal | 616 | 177 |
Resultaat op sterfte
De technische voorzieningen, de jaarlijkse koopsom voor de inkoop van pensioenaanspraken en de risicopremies voor het partner- en wezenpensioen zijn gebaseerd op aannames betreffende de te verwachte sterfte. De sterftekansen uit deze Prognosetafel worden gecorrigeerd en gebaseerd op de ervaringssterfte van het pensioenfonds. Daarbij worden voor zowel mannen als vrouwen leeftijdsafhankelijke correctiefactoren gehanteerd.
De waargenomen sterfte in de populatie van het pensioenfonds gedurende het boekjaar zal anders zijn dan de veronderstellingen die het pensioenfonds hanteert. Dit verschil leidt tot een actuarieel resultaat, dat bestaat uit een resultaat op langlevenrisico (het risico dat deelnemers langer leven dan is verondersteld) en kortlevenrisico (het risico dat meer deelnemers overlijden dan verondersteld, waardoor het pensioenfonds meer partner- en wezenpensioen moet gaan uitkeren dan verwacht).
Resultaat op arbeidsongeschiktheid
Er wordt een voorziening voor zieke deelnemers aangehouden ter dekking van toekomstige schades in verband met de voorzetting van pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Deze voorziening wordt gevoed door de opslag in de premie ter dekking van dit arbeidsongeschiktheidsrisico. Elk boekjaar valt een deel van de voorziening vrij ter dekking van de ontstane schades.
Resultaat op mutaties en overige technische grondslagen
Door uitruil van de ene pensioensoort in een andere kan een actuarieel resultaat ontstaan omdat de gebruikte uitruilfactoren sekseneutraal zijn vastgesteld. Voorts zijn ook administratieve mutaties in dit resultaat verwerkt.
Specificatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Voorziening | Aantallen | Voorziening | Aantallen | |||||
| Actieven deelnemers | 390.620 | 20.444 | 349.078 | 18.097 | ||||
| Gewezen deelnemers | 544.681 | 52.507 | 492.292 | 51.096 | ||||
| Pensioengerechtigden | 90.612 | 4.433 | 85.577 | 4.196 | ||||
| Overigen | 5.597 | 0 | 7.045 | 0 | ||||
| Netto pensioenverplichtingen | 1.031.510 | 77.384 | 933.992 | 73.389 | ||||
| Toekomstige kosten uitvoering pensioenregeling | 30.777 | 27.808 | ||||||
| Totaal | 1.062.287 | 77.384 | 961.800 | 73.389 |
Pensioenregeling
De pensioenregeling kan worden gekenmerkt als een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling met een pensioenleeftijd van 68 jaar. Jaarlijks wordt een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd van 0,86% (2023: 0,81%) van de in dat jaar geldende pensioengrondslag. De pensioengrondslag is gelijk aan het loon volgens de Wet financiering sociale verzekeringen tot maximaal het maximumloon Wfsv.
Tevens bestaat er recht op nabestaanden- en wezenpensioen. Deelname aan de regeling was tot en met 2023 verplicht vanaf de leeftijd van 21 jaar. Per 1 januari 2024 is de leeftijdgrens gewijzigd naar 18 jaar.
Jaarlijks beslist het bestuur van het pensioenfonds de mate waarin de opgebouwde aanspraken worden geïndexeerd. Overeenkomstig artikel 10 van de Pensioenwet kan de pensioenregeling worden gekwalificeerd als een uitkeringsovereenkomst.
Toeslagverlening
In 2024 heeft het bestuur besloten geen toeslagen te verlenen. Het bestuur beslist jaarlijks of en in hoeverre het de ingegane pensioenen en de opgebouwde pensioenaanspraken verhoogt door het verlenen van een toeslag. Dit is alleen mogelijk voor zover de beschikbare financiële middelen van het pensioenfonds dit naar het oordeel van het bestuur toelaten. Daarnaast moet het bestuur rekening houden met de strikte eisen die het Financieel Toetsingskader (FTK), onderdeel van de Pensioenwet, aan de dekkingsgraad van het pensioenfonds stelt. Het besluit van het bestuur vindt mede plaats op basis van een schriftelijk advies van de actuaris.
Toeslagen zijn altijd voorwaardelijk. Het bestuur hanteert de volgende staffel als leidraad voor toeslagverlening:
- bij een beleidsdekkingsgraad lager dan 110%: geen toeslag;
- bij een beleidsdekkingsgraad gelijk aan of hoger dan 110% maar lager dan de ondergrens toeslagverlening: toeslag naar rato;
- bij een beleidsdekkingsgraad gelijk aan of hoger dan de ondergrens toeslagverlening: toeslag gelijk aan 100% van de toeslagambitie.
Het toeslagenbeleid van het pensioenfonds voorziet niet in onvoorwaardelijke (inhaal)toeslag. Het bestuur streeft naar jaarlijkse verlening van een toeslag die maximaal gelijk is aan 100% van het consumentenprijsindexcijfer, alle huishoudens afgeleid. Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de maand oktober voorafgaande aan de verlening en de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar.
Gedurende de afgelopen jaren heeft het pensioenfonds de pensioenen niet kunnen aanpassen. Ten opzichte van de geambieerde toeslagverlening bedraagt de cumulatieve achterstand vanaf 2006 circa 47%. Voor eventuele inhaalindexatie wordt gekeken naar de achterstand over de laatste 10 jaar en die bedraagt circa 28%.
6. Overige schulden en overlopende passiva
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Correctie ambtshalve premie | 1.838 | 2.075 | ||
| Debiteuren met een negatief saldo | 106 | 0 | ||
| Te betalen belastingen | 159 | 149 | ||
| Te betalen kosten | 1.045 | 798 | ||
| Totaal | 3.148 | 3.022 |
De 'Correctie ambtshalve premie' heeft betrekking op opgelegde ambtshalve premie waar geen opbouw voor deelnemers tegenover staat. Het pensioenfonds legt werkgevers die geen gegevens hebben aangeleverd een ambtshalve nota op als middel om werkgevers te bewegen alsnog gegevens aan te leveren. Het aan ambtshalve nota's gefactureerde bedrag wordt niet als premie-inkomsten verantwoord, maar hiervoor wordt een kortlopende schuld opgenomen. Zodra een werkgever wel gegevens aanlevert, wordt de ambtshalve nota gecorrigeerd.
Alle overige schulden en overlopende passiva hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
Specificatie te betalen kosten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||
| Certificering en advieskosten | 186 | 101 | ||
| Overige pensioenuitvoeringskosten | 294 | 60 | ||
| Kosten vermogensbeheer | 166 | 332 | ||
| Crediteuren | 391 | 297 | ||
| Pensioenuitkeringen | 8 | 8 | ||
| Totaal | 1.045 | 798 |
Risicobeheer en derivaten
Solvabiliteitsrisico
Het pensioenfonds wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van het pensioenfonds is het nakomen van de pensioentoezeggingen. Voor het realiseren van deze doelstelling wordt gestreefd naar een toereikende solvabiliteit op basis van de reële waarde van de pensioenverplichtingen.
Het belangrijkste risico voor het pensioenfonds betreft het solvabiliteitsrisico, ofwel het risico dat het pensioenfonds niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de pensioenverplichtingen. De solvabiliteit wordt gemeten zowel op basis van algemeen geldende normen als ook naar de specifieke normen welke door de toezichthouder worden opgelegd. Indien de solvabiliteit van het pensioenfonds zich negatief ontwikkelt, bestaat het risico dat er geen ruimte beschikbaar is voor een eventuele toeslag van opgebouwde pensioenrechten. In het uiterste geval kan het noodzakelijk zijn dat het pensioenfonds verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten moet verminderen.
De actuele dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:
| (bedragen x € 1.000) | Pensioen- vermogen |
Technische voorzieningen | Dekkingsgraad | |||
| Stand per 31 december 2023 | 1.009.893 | 961.800 | 105,0% | |||
| Uit bestemmingssaldo van baten en lasten | 138.298 | 100.487 | 3,1% | |||
| Stand per 31 december 2024 | 1.148.191 | 1.062.287 | 108,1% |
Het tekort op FTK-grondslagen is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Technische voorzieningen | 1.062.287 | 961.800 | ||||||
| Buffers: | ||||||||
| S1 Renterisico | 56.780 | 56.825 | ||||||
| S2 Risico zakelijke waarden | 146.038 | 132.070 | ||||||
| S3 Valutarisico | 38.778 | 34.430 | ||||||
| S4 Grondstoffenrisico | 0 | 0 | ||||||
| S5 Kredietrisico | 29.115 | 18.840 | ||||||
| S6 Verzekeringstechnische risico | 49.090 | 44.640 | ||||||
| S7 Liquiditeitsrisico | 0 | 0 | ||||||
| S8 Concentratierisico | 0 | 0 | ||||||
| S9 Operationeel risico | 0 | 0 | ||||||
| S10 Actief beheerrisico | 0 | 0 | ||||||
| Diversificatie-effect | -116.036 | -103.630 | ||||||
| Totaal S vereiste buffers | 203.765 | 183.175 | ||||||
| Vereist vermogen Artikel 132-pensioenwet |
1.266.052 | 1.144.975 | ||||||
| Aanwezig pensioenvermogen (totaal activa - schulden) |
1.148.191 | 1.009.893 | ||||||
| Tekort | -117.861 | -135.082 |
Beleid en risicobeheer
Het bestuur beschikt over een aantal beleidsinstrumenten ten behoeve van het beheersen van deze risico's. Deze beleidsinstrumenten betreffen:
- beleggingsbeleid;
- premiebeleid;
- herverzekeringsbeleid;
- toeslagbeleid.
De keuze en toepassing van beleidsinstrumenten vindt plaats na uitvoerige analyses ten aanzien van te verwachten ontwikkelingen van de verplichtingen en de financiële markten. Daarbij wordt onder meer gebruikgemaakt van ALM-studies. Een ALM-studie is een analyse van de structuur van de pensioenverplichtingen en van verschillende beleggingsstrategieën en de ontwikkeling daarvan in diverse economische scenario's.
De uitkomsten van deze analyses vinden hun weerslag in jaarlijks door het bestuur vast te stellen beleggingsrichtlijnen als basis voor het uit te voeren beleggingsbeleid. De beleggingsrichtlijnen geven normen en limieten aan waarbinnen de uitvoering van het beleggingsbeleid moet plaatsvinden. Ze zijn gericht op het beheersen van de volgende belangrijkste (beleggings)risico's. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruik gemaakt van derivaten.
Methodiek 'Look through'
In de jaarrekening zijn de beleggingen gepresenteerd vóór look through waarde. Dat betekent dat de derivatenpositie is verdisconteerd met de beleggingen waar deze betrekking op hebben. De in deze risicoparagraaf opgenomen toelichtingen zijn echter gebaseerd op de look-through posities. Onderstaande tabel laat de balanswaarde ultimo boekjaar zien en de daaruit volgende look through waarde.
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Waarde voor look through | Waarde na look through |
Waarde voor look through | Waarde na look through |
|||||
| Vastrentende waarden | 640.420 | 621.490 | 583.719 | 572.923 | ||||
| Aandelen | 347.732 | 338.159 | 279.306 | 271.449 | ||||
| Vastgoedbeleggingen | 139.931 | 146.308 | 131.870 | 137.958 | ||||
| Derivaten | 0 | 34.492 | 0 | 9.189 | ||||
| Overige beleggingen | 5.980 | -6.386 | 2.647 | 6.023 | ||||
| 1.134.063 | 1.134.063 | 997.542 | 997.542 |
Het pensioenfonds belegt niet rechtstreeks in derivaten, maar er zijn wel derivaten opgenomen in het beleggingsfonds. De derivaten kunnen als volgt worden uitgesplitst:
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | |||||||
| Nominale waarde | Activa | Passiva | Saldo | |||||
| Aandelen | - | - | - | - | ||||
| Rentederivaten | 1.433.043 | 198.188 | 160.494 | 37.694 | ||||
| Valuta derivaten | 675.415 | 2.055 | 5.257 | 3.202- | ||||
| Totaal per 31 december | 2.108.458 | 200.243 | 165.751 | 34.492 |
| (bedragen x € 1.000) | 2023 | |||||||
| Nominale waarde | Activa | Passiva | Saldo | |||||
| Aandelen | 10 | 62 | 0 | 62 | ||||
| Rentederivaten | 1.203.844 | 166.567 | 158.252 | 8.315 | ||||
| Valutaderivaten | 554.844 | 1.636 | 824 | 812 | ||||
| Totaal per 31 december | 1.758.698 | 168.265 | 159.076 | 9.189 |
S1 Renterisico
Het renterisico is het risico dat de waarden van de vastrentende waarden en de pensioenverplichtingen wijzigen als gevolg van veranderingen in de marktrente. De rentegevoeligheid kan worden gemeten door middel van de duration. De duration is de (met de contante waarde van de kasstromen) gewogen gemiddelde resterende looptijd in jaren. De duration geeft aan hoeveel procent bij benadering de reële waarde verandert bij een parallelle verschuiving van de rentecurve met 1 procentpunt. Een hoge duration geeft een hoge gevoeligheid voor veranderingen in de rente weer.
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
| Duration | Duration | |||
| Vastrentende waarden (excl. derivaten) | 6,1 | 5,0 | ||
| Vastrentende waarden (incl. derivaten) | 37,2 | 32,6 | ||
| Totaal beleggingen | 21,2 | 9,6 | ||
| (Nominale) pensioenverplichtingen | 30,1 | 29,8 |
Op balansdatum is de duration van de totale beleggingen aanzienlijk korter dan de duration van de verplichtingen. Er is derhalve sprake van een zogenaamde “duration-mismatch”. Dit betekent dat bij een rentestijging de waarde van beleggingen minder snel daalt dan de waarde van de verplichtingen, waardoor de dekkingsgraad zal stijgen. Bij een rentedaling zal de waarde van de beleggingen minder snel stijgen dan de waarde van de verplichtingen, waardoor de dekkingsgraad daalt.
Bij een renteswap wordt een vaste lange rente geruild tegen een variabele korte rente. Het pensioenfonds ontvangt in dit geval een lange rente, vergelijkbaar met de kasstroom van een langlopende obligatie en betaalt daarvoor een variabele korte rente (bijvoorbeeld Euribor). Hierdoor wordt de “duration-mismatch” verkleind, maar het pensioenfonds wordt wel afhankelijk van de ontwikkeling van de korte rente die het pensioenfonds aan de tegenpartij betaalt. Bij het afsluiten van een swap kunnen dus mismatchrisico’s worden afgedekt en worden nieuwe risico’s geïntroduceerd die gepaard gaan met dit soort instrumenten (zoals liquiditeit, tegenpartij en juridisch risico).
De samenstelling van de vastrentende waarden naar looptijd is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Resterende looptijd < 1 jaar | 89.104 | 14,3% | 113.426 | 19,8% | ||||
| Resterende looptijd > 1 jaar en < 5 jaar | 255.253 | 41,1% | 252.417 | 44,1% | ||||
| Resterende looptijd > 5 jaar en < 10 jaar | 152.217 | 24,5% | 93.286 | 16,3% | ||||
| Resterende looptijd > 10 jaar en < 20 jaar | 78.021 | 12,6% | 75.774 | 13,2% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar | 46.895 | 7,5% | 38.020 | 6,6% | ||||
| Totaal | 621.490 | 100,0% | 572.923 | 100,0% |
De resterende looptijd van de verplichtingen kan als volgt worden weergegeven:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Resterende looptijd < 5 jaar | 40.795 | 3,8% | 37.531 | 3,9% | ||||
| Resterende looptijd > 5 < 10 jaar | 57.009 | 5,4% | 51.594 | 5,4% | ||||
| Resterende looptijd > 10 < 20 jaar | 187.656 | 17,7% | 170.567 | 17,7% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar | 776.827 | 73,1% | 702.108 | 73,0% | ||||
| Totaal | 1.062.287 | 100,0% | 961.800 | 100,0% |
S2 Risico zakelijke waarden
Het risico zakelijke waarden of prijsrisico is het risico van waardeveranderingen door de ontwikkeling van marktprijzen, die wordt veroorzaakt door factoren gerelateerd aan een individuele belegging, de uitgevende instelling of generieke factoren. Omdat alle beleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde waarbij waardeveranderingen onmiddellijk in het saldo van baten en lasten worden verwerkt, zijn alle wijzigingen in marktomstandigheden direct zichtbaar in het beleggingsresultaat. Het prijsrisico wordt gemitigeerd door diversificatie.
Specificatie vastgoedbeleggingen naar aard:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Winkels | 10.120 | 6,9% | 10.191 | 7,4% | ||||
| Woningen | 99.065 | 67,7% | 91.944 | 66,6% | ||||
| Particpaties/vastgoedmaatschappij | 6.377 | 4,4% | 6.088 | 4,4% | ||||
| Overige | 30.746 | 21,0% | 29.735 | 21,6% | ||||
| Totaal | 146.308 | 100,0% | 137.958 | 100,0% |
Specificatie vastgoedbeleggingen naar regio:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Europa EU | 140.597 | 96,1% | 132.292 | 95,9% | ||||
| Europa non EU | 550 | 0,4% | 98 | 0,1% | ||||
| Noord-Amerika | 3.248 | 2,2% | 3.804 | 2,8% | ||||
| Azie exclusief Japan | 888 | 0,6% | 616 | 0,4% | ||||
| Pacific | 786 | 0,5% | 895 | 0,6% | ||||
| Centraal & Zuid Amerika | 0 | 0,0% | 45 | 0,0% | ||||
| Overige | 239 | 0,2% | 208 | 0,2% | ||||
| Totaal | 146.308 | 100,0% | 137.958 | 100,0% |
Specificatie vastgoedbeleggingen naar markt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Vastgoed emerging markets | 1.443 | 1,0% | 1.141 | 0,8% | ||||
| Vastgoed developed markets | 144.865 | 99,0% | 136.817 | 99,2% | ||||
| Totaal | 146.308 | 100,0% | 137.958 | 100,0% |
Specificatie aandelen naar sector:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Financiële instellingen | 66.580 | 19,7% | 49.673 | 18,3% | ||||
| Nijverheid en industrie | 29.741 | 8,8% | 22.891 | 8,4% | ||||
| Handel | 12.338 | 3,6% | 12.383 | 4,6% | ||||
| Niet Cyclische consumptiegoederen | 20.093 | 5,9% | 18.890 | 7,0% | ||||
| Nutsbedrijven | 9.191 | 2,7% | 5.773 | 2,1% | ||||
| Telecommunicatie | 25.975 | 7,7% | 21.548 | 7,9% | ||||
| Cyclische consumptiegoederen | 40.817 | 12,1% | 33.253 | 12,3% | ||||
| Gezondheidszorg | 29.218 | 8,6% | 28.607 | 10,5% | ||||
| Energie | 12.409 | 3,7% | 12.548 | 4,6% | ||||
| Technologie | 91.406 | 27,0% | 65.583 | 24,2% | ||||
| Diversen | 391 | 0,1% | 300 | 0,1% | ||||
| Totaal | 338.159 | 100,0% | 271.449 | 100,0% |
Specificatie aandelen naar regio:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Europa EU | 27.911 | 8,3% | 25.389 | 9,4% | ||||
| Europa non EU | 15.823 | 4,7% | 14.939 | 5,5% | ||||
| Noord-Amerika | 176.665 | 52,2% | 142.937 | 52,7% | ||||
| Azie exclusief Japan | 81.168 | 24,0% | 57.220 | 21,1% | ||||
| Pacific | 20.387 | 6,0% | 17.233 | 6,3% | ||||
| Centraal & Zuid Amerika | 7.014 | 2,1% | 6.767 | 2,5% | ||||
| Overige | 9.191 | 2,7% | 6.964 | 2,6% | ||||
| Totaal | 338.159 | 100,0% | 271.449 | 100,0% |
Specificatie aandelen naar markt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Aandelen emerging markets | 87.961 | 26,0% | 61.057 | 22,5% | ||||
| Aandelen developed markets | 250.198 | 74,0% | 210.392 | 77,5% | ||||
| Totaal | 338.159 | 100,0% | 271.449 | 100,0% |
S3 Valutarisico
De verplichtingen van het fonds noteren in euro. Het fonds wil daarom dat een groot deel van de beleggingen ook in euro noteert. Bij het samenstellen van de normportefeuille wordt hier rekening mee gehouden. Voor valuta afdekking is 70,8% van de beleggingen in euro's genoteerd. Na valuta afdekking is dit 90,5%. Het resterende valutarisico wat voortkomt uit ontwikkelde markten wordt afgedekt (dollar, pond, yen). Valuta uit opkomende markten worden niet afgedekt.
De valutapositie per 31 december 2024 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:
| 31-12-2024 | ||||||
| Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
||||
| EUR | 801.107 | 220.440 | 1.021.547 | |||
| GBP | 7.865 | -7.730 | 135 | |||
| JPY | 13.911 | -13.412 | 499 | |||
| USD | 181.836 | -175.460 | 6.376 | |||
| Overige | 127.000 | -27.040 | 99.960 | |||
| Totaal | 1.131.719 | -3.202 | 1.128.517 |
De valutapositie per 31 december 2023 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:
| 31-12-2023 | ||||||
| Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
||||
| EUR | 734.368 | 186.678 | 921.046 | |||
| GBP | 7.667 | -7.579 | 88 | |||
| JPY | 12.446 | -12.412 | 34 | |||
| USD | 145.306 | -143.948 | 1.358 | |||
| Overige | 96.943 | -21.927 | 75.016 | |||
| Totaal | 996.730 | 812 | 997.542 |
S4 Grondstoffenrisico
Het pensioenfonds belegt niet in grondstoffen.
S5 Kredietrisico
Het kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor het pensioenfonds als gevolg van faillissement of betalingsonmacht van tegenpartijen waarop het pensioenfonds (potentiële) vorderingen heeft. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito's worden geplaatst, marktpartijen waarmee "Over The Counter (OTC)"-derivatenposities worden aangegaan en aan bijvoorbeeld herverzekeraars.
Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit heeft betrekking op het risico dat partijen waarmee het pensioenfonds transacties is aangegaan niet meer in staat zijn hun tegenprestatie te verrichten, waardoor het pensioenfonds financiële verliezen lijdt.
Beheersing vindt plaats door het stellen van limieten aan tegenpartijen op totaalniveau, dat wil zeggen met inachtneming van alle posities die een tegenpartij heeft jegens het pensioenfonds; het vragen van extra zekerheden zoals onderpand en dergelijke bij hypothecaire geldleningen en het uitlenen van effecten; het hanteren van prudente verstrekkingsnormen bij hypothecaire geldleningen. Ter afdekking van het settlementrisico wordt door het pensioenfonds enkel belegd in markten waar een voldoende betrouwbaar clearing- en settlementsysteem functioneert. Voordat in nieuwe markten wordt belegd, wordt eerst onderzoek gedaan naar de waarborgen op dit gebied.
Specificatie vastrentende waarden naar sector:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Staatsobligaties | 272.573 | 43,9% | 295.372 | 51,6% | ||||
| Bedrijfsobligaties (Credit funds) | 233.878 | 37,6% | 165.482 | 28,9% | ||||
| Hypotheken | 115.039 | 18,5% | 112.069 | 19,6% | ||||
| Totaal | 621.490 | 100,0% | 572.923 | 100,0% |
Specificatie vastrentende waarden naar regio:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Europa EU | 503.907 | 81,1% | 508.472 | 88,8% | ||||
| Europa non EU | 35.166 | 5,7% | 19.313 | 3,4% | ||||
| Noord-Amerika | 60.392 | 9,7% | 30.687 | 5,4% | ||||
| Azie exclusief Japan | 0 | 0,0% | 1.942 | 0,3% | ||||
| Pacific | 19.686 | 3,2% | 10.626 | 1,9% | ||||
| Centraal & Zuid Amerika | 2.339 | 0,4% | 974 | 0,2% | ||||
| Overige | 0 | 0,0% | 909 | 0,2% | ||||
| Totaal | 621.490 | 100,0% | 572.923 | 100,0% |
Specificatie vastrentende waarden naar markt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Vastrentend emerging markets | 5.399 | 0,9% | 4.248 | 0,7% | ||||
| Vastrentend developed markets | 616.091 | 99,1% | 568.675 | 99,3% | ||||
| Totaal | 621.490 | 100,0% | 572.923 | 100,0% |
Ten aanzien van de kredietwaardigheid van de debiteuren van de vastrentende portefeuille kan het volgende overzicht worden gegeven:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| AAA | 257.354 | 41,4% | 308.272 | 53,8% | ||||
| AA | 82.258 | 13,2% | 85.663 | 15,0% | ||||
| A | 74.309 | 12,0% | 45.994 | 8,0% | ||||
| BBB | 102.879 | 16,6% | 50.540 | 8,8% | ||||
| Lagere rating | 801 | 0,1% | 44 | 0,0% | ||||
| Geen rating | 103.889 | 16,7% | 82.410 | 14,4% | ||||
| Totaal | 621.490 | 100,0% | 572.923 | 100,0% |
Voor de bepaling van de credit rating wordt (afhankelijk van de beschikbaarheid) gebruikt gemaakt van S&P, Moody’s en Fitch.
S6 Verzekeringstechnisch risico
Het langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven dan gemiddeld verondersteld wordt bij de bepaling van de technische voorziening. Als gevolg hiervan volstaat de opbouw van het pensioenvermogen niet voor de uitkering van de pensioenverplichting. Door toepassing van Prognosetafel met adequate correcties voor ervaringssterfte is het langlevenrisico nagenoeg geheel verdisconteerd in de waardering ultimo boekjaar van de pensioenverplichtingen.
Overlijdensrisico
Het overlijdensrisico betekent dat het pensioenfonds in geval van overlijden mogelijk een nabestaandenpensioen moet toekennen waarvoor door het pensioenfonds geen voorzieningen zijn getroffen. Dit risico kan worden uitgedrukt in risicokapitalen. Het beleid van het pensioenfonds is om het overlijdensrisico niet te herverzekeren.
Arbeidsongeschiktheidsrisico
Het arbeidsongeschiktheidsrisico betreft het risico dat het pensioenfonds voorzieningen moet treffen voor premievrijstelling bij invaliditeit en het toekennen van een arbeidsongeschiktheidspensioen (schadereserve). Voor dit risico wordt jaarlijks een risicopremie in rekening gebracht. Het verschil tussen de risicopremie en de werkelijke kosten wordt verwerkt via het resultaat. De actuariële uitgangspunten voor de risicopremie worden periodiek herzien. Het beleid van het pensioenfonds is om het arbeidsongeschiktheidsrisico niet te herverzekeren.
Toeslagrisico
Het bestuur van het pensioenfonds heeft de ambitie om het pensioen te indexeren. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, rendement, looninflatie en demografie. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de toeslagtoezegging voorwaardelijk is. Het beleid en de ambitie inzake toeslagverlening is weergegeven in de toelichting 6. Technische voorziening voor risico pensioenfonds.
S7 Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen. Hierdoor kan het pensioenfonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico wordt beheerst door in het strategische en tactische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Er wordt eveneens rekening gehouden met de directe beleggingsopbrengsten en andere inkomsten zoals premies. Inzake het liquiditeitsrisico wordt vermeld dat het pensioenfonds in zijn beleggingsportefeuille over voldoende obligaties beschikt die onmiddellijk zonder waardeverlies te gelde kunnen worden gemaakt om eventuele onvoorziene uitstroom van geldmiddelen te financieren.
S8 Concentratierisico
Grote posten zijn aan te duiden als een vorm van concentratierisico. Om te bepalen welke posten hieronder vallen, moeten per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur worden gesommeerd. Als grote post wordt aangemerkt elke post die meer dan 2% van het balanstotaal uitmaakt. Concentratierisico is gemeten naar concentratie van een land of bij een tegenpartij. Het fonds belegt voornamelijk in beleggingsfondsen waarin dit risico al is afgedekt. Het fonds is van mening dat voor het fonds geen sprake is van concentratierisico's, daarom wordt het concentratierisico op nihil gesteld.
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||||
| Staatsobligaties Duitsland | 70.070 | 6,1% | 58.767 | 5,8% | ||||
| Staatsobligaties Nederland | 71.618 | 6,2% | 54.726 | 5,4% | ||||
| Staatsobligaties Frankrijk | 46.459 | 4,0% | 84.200 | 8,3% | ||||
| Particulier Hypothekenfonds | 115.039 | 10,0% | 112.068 | 11,1% | ||||
| Achmea Dutch Residential Fund | 70.904 | 6,2% | 66.020 | 6,5% | ||||
| Achmea Dutch Health Care Property Fund | 30.746 | 2,7% | 29.735 | 2,9% | ||||
| Amvest Residential Core Fund | 28.161 | 2,4% | 25.923 | 2,6% | ||||
| Europese Unie | - | - | 21.272 | 2,1% | ||||
| Kreditanstalter für wiederaufbau kfw | 23.438 | 2,0% | 20.593 | 2,0% |
S9 Operationeel risico
Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Dergelijke risico's worden door het pensioenfonds beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de organisaties die bij de uitvoering betrokken zijn op gebieden zoals interne organisatie, procedures, processen en controles, kwaliteit geautomatiseerde systemen, enzovoorts. Deze kwaliteitseisen worden periodiek getoetst door het bestuur.
De beleggingsportefeuille is ondergebracht in verschillende beleggingsfondsen. Pensioenfonds Kappers heeft een fiduciair contract en SLA met Columbia Threadneedle Investment voor de gehele portefeuille. Columbia Threadneedle Investment monitort de fondsen en rapporteert aan het pensioenfonds over de resultaten en risico’s in de portefeuille. Columbia Threadneedle Investment ondersteunt Pensioenfonds Kappers bij de selectie van nieuwe beleggingsfondsen.
De pensioenuitvoering is uitbesteed aan pensioenuitvoerder TKP. Met TKP is een uitbestedingsovereenkomst en een service level agreement (SLA) gesloten.
Het bestuur beoordeelt jaarlijks de kwaliteit van de uitvoering van het vermogensbeheer en pensioenbeheer door middel van performancerapportages (alleen vermogensbeheerders), SLA-rapportages en onafhankelijk getoetste interne beheersingsrapportages (ISAE 3402-rapportages).
Aangezien hiermee sprake is van adequate beheersing van de operationele risico's worden door het pensioenfonds hiervoor geen buffers aangehouden in de solvabiliteitstoets.
S10 Actief beheer risico
Onder actief beheer worden afwijkende posities in portefeuilles verstaan die door portefeuillemanagers worden ingenomen ten opzichte van de markt als geheel. Vanwege het door het fonds gekozen passief beheer, is een buffer voor dit risico niet nodig.
Verbonden partijen
Identiteit van verbonden partijen
Er is sprake van een relatie tussen het pensioenfonds, haar bestuurders, de aangesloten ondernemingen en hun bestuurders, voor zover zij bestuurder zijn in het pensioenfonds.
Transacties met bestuurders
Er zijn geen leningen verstrekt aan, noch is sprake van vorderingen op, (voormalige) bestuurders. De bestuurders nemen geen deel aan de pensioenregeling van het pensioenfonds.
Overige transacties met verbonden partijen
Het fonds kent geen overige transacties met verbonden partijen.
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
Ontvangen zekerheden en garanties
Het fonds heeft geen ontvangen zekerheden en garanties voor zover niet reeds in de jaarrekening is toegelicht.
Kortlopende contractuele verplichtingen
Het fonds kent geen kortlopende contractuele verplichtingen.
Langlopende contractuele verplichtingen
Het pensioenfonds heeft een uitbestedingsovereenkomst afgesloten met Columbia Threadneedle Investment voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van 3 maanden. De vermogensbeheerkosten bedragen ca. 700 per jaar.
Het pensioenfonds heeft een uitbestedingsovereenkomst afgesloten met CACEIS. Het contract met CACEIS is met ingang van 1 januari 2014 van kracht voor onbepaalde tijd. Met het bestuur zijn afspraken gemaakt over de vergoedingensystematiek. De vergoeding bestaat zowel uit vaste componenten voor de beleggingsadministratie en variabele componenten (tariefafspraken) voor handelingen en custody. De vaste custodykosten bedragen ca. 90 per jaar.
Het pensioenfonds heeft een bestuursondersteuningsovereenkomst voor onbepaalde tijd afgesloten met Actor met een opzegtermijn van een jaar. De vergoeding voor bestuursondersteuning bedraagt ca. 630 per jaar.
Het pensioenfonds heeft een uitbestedingsovereenkomst afgesloten met TKP. Per 1 januari 2021 is een contract met TKP Pensioen gesloten voor een periode van vijf jaar en een opzegtermijn van 12 maanden. De administratiekostenvergoeding bedragen ca. 3.500 per jaar.
Verstrekte zekerheden en garanties
Het pensioenfonds heeft geen verstrekte zekerheden en garanties voor zover niet reeds in de jaarrekening is toegelicht.
Transitiekosten
Het bestuur heeft gekozen voor het onderbrengen van de administratie bij TKP per 1 januari 2021. Met TKP en (toenmalig) AGH zijn afspraken gemaakt over de kosten daarvan. In samenhang hiermee is door TKP in 2025 nog één termijn van 180 in rekening gebracht.
Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum (na bestemming van het saldo van baten en lasten)
Overbruggingsplan 2025
Het pensioenfonds heeft de deelname aan het transitie-FTK in 2025 gecontinueerd. Er wordt daarom voor 1 juli 2025 een overbruggingsplan ingediend bij DNB.
Actuele financiële positie
Per 30 april 2025 bedroeg de actuele dekkingsgraad 112,5%. De beleidsdekkingsgraad is per diezelfde datum 109,9%.
13.6 Toelichting op verantwoording van baten en lasten
7. Premiebijdragen voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Premiebijdragen huidig jaar | 54.608 | 46.291 | ||
| Premiebijdragen voorgaande jaren | 398 | 274 | ||
| Totaal | 55.006 | 46.565 |
De totale feitelijke bijdrage van werkgevers bedraagt 13,9% (2023: idem) van de premiegrondslag.
De kostendekkende, gedempte en feitelijke premie volgens artikel 130 en 130a van de Pensioenwet zijn als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Zuiver kostendekkende premie | 51.074 | 42.387 | ||
| Gedempte kostendekkende premie (volgens ABTN) | 41.368 | 46.472 | ||
| Feitelijke premie | 54.608 | 46.291 |
Zuiver kostendekkende premie
De zuiver kostendekkende premie is gebaseerd op de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december van het voorgaande jaar en de op dat moment geldende uitgangspunten voor de bepaling van de technische voorzieningen. De zuivere kostendekkende premie bestaat uit de volgende onderdelen:
- Actuariële inkoop van onvoorwaardelijke onderdelen;
- Opslag voor uitvoeringskosten;
- Opslag voor solvabiliteit ter grootte van het vereist eigen vermogen.
De samenstelling van de zuiver kostendekkende premie is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Actuarieel benodigd | 37.682 | 29.967 | ||
| Opslag in stand houden vereist vermogen | 7.359 | 6.007 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 4.983 | 5.574 | ||
| In premie bedragen voor toekomstige kosten | 1.050 | 839 | ||
| Totaal | 51.074 | 42.387 |
Gedempte kostendekkende premie
De gedempte kostendekkende premie bestaat uit de volgende onderdelen:
- Actuariële inkoop van onvoorwaardelijke onderdelen;
- Opslag in verband met toekomstbestendige toeslagverlening;
- Opslag voor premievrijstelling bij invaliditeit van 6,5% van de actuariële koopsom;
- Opslag voor uitvoeringskosten.
De samenstelling van de gedempte kostendekkende premie is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Actuarieel benodigd | 14.774 | 19.017 | ||
| Premies bestemd voor voorwaardelijke toeslagverlening | 18.320 | 17.562 | ||
| Opslag in stand houden vereist vermogen | 2.884 | 3.808 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 4.983 | 5.574 | ||
| In premie bedragen voor toekomstige kosten | 406 | 511 | ||
| Totaal | 41.368 | 46.472 |
De feitelijke premie bedraagt 54.608. De feitelijke premie is hoger dan de gedempte kostendekkende premie. Het fonds voldoet hiermee aan de wettelijke eisen.
De samenstelling van de feitelijke premie is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Actuarieel benodigd | 14.774 | 19.017 | ||
| Premies bestemd voor voorwaardelijke toeslagverlening | 18.320 | 17.562 | ||
| Opslag in stand houden vereist vermogen | 2.884 | 3.808 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 4.983 | 5.574 | ||
| In premie bedragen voor toekomstige kosten | 406 | 511 | ||
| Subtotaal = gedempte kostendekkende premie | 41.368 | 46.472 | ||
| Marge in premie | 13.240 | -181 | ||
| Totaal | 54.608 | 46.291 |
8. Beleggingsresultaten voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Totaal | |||
| 2024 | ||||||
| Vastgoed beleggingen | 3.684 | 8.801 | 12.485 | |||
| Aandelen | -1 | 52.250 | 52.249 | |||
| Vastrentende waarden | 6.578 | 28.783 | 35.361 | |||
| Overige beleggingen | 44 | 0 | 44 | |||
| Totaal | 10.306 | 89.834 | 100.140 | |||
| Kosten vermogensbeheer | -1.299 | |||||
| 98.841 |
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Totaal | |||
| 2023 | ||||||
| Vastgoed beleggingen | 3.406 | -11.414 | -8.008 | |||
| Aandelen | -67 | 41.731 | 41.664 | |||
| Vastrentende waarden | 2.709 | 17.352 | 20.061 | |||
| Overige beleggingen | 18 | -242 | -224 | |||
| Totaal | 6.066 | 47.427 | 53.493 | |||
| Kosten vermogensbeheer | -1.009 | |||||
| 52.484 |
De aan de (in)directe beleggingsresultaten gerelateerde externe transactiekosten, provisies en valutaverschillen zijn op de (in)directe beleggingsresultaten in mindering gebracht. Het pensioenfonds belegt volledig in fondsen. Er is een inschatting gemaakt van de transactiekosten van 547 (2023: 513).
De in bovenstaande tabel gepresenteerde kosten van vermogensbeheer betreffen met name advieskosten, kosten van de custodian en een deel van de pensioenuitvoeringskosten dat is toegerekend aan vermogensbeheer. Zowel in de bedragen van 2024 als 2023 zijn er geen performance gerelateerde vergoedingen.
De totale kosten vermogensbeheer exclusief transactiekosten en inclusief aan vermogensbeheer toegerekende kosten van pensioenuitvoeringskosten bedragen voor 2024 3,6 miljoen (2023 2,8 miljoen).
9. Overige baten
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Overige baten | 0 | 20 | ||
| Mutatie voorziening debiteuren | -506 | -419 | ||
| Interestbaten waardeoverdrachten | 1 | 0 | ||
| Interestbaten overig | 112 | 111 | ||
| Totaal | -393 | -288 |
10. Pensioenuitkeringen
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Ouderdomspensioen | 5.511 | 5.180 | ||
| Partnerpensioen | 1.184 | 1.138 | ||
| Wezenpensioen | 35 | 37 | ||
| Reguliere uitkeringen | 6.730 | 6.355 | ||
| Afkopen | 867 | 997 | ||
| Overige uitkeringen | 143 | 107 | ||
| Totaal | 7.740 | 7.459 |
11. Pensioenuitvoeringskosten
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Administratiekostenvergoeding | 3.543 | 3.460 | ||
| Bestuurskosten | 349 | 320 | ||
| Controle en advieskosten actuaris | 275 | 300 | ||
| Kosten adviseurs | 184 | 247 | ||
| Accountantskosten | 78 | 75 | ||
| Contributies en bijdragen | 157 | 181 | ||
| Overige kosten | 156 | 149 | ||
| Aan vermogensbeheer toegerekende pensioenuitvoeringskosten | -711 | -90 | ||
| Subtotaal | 4.031 | 4.642 | ||
| Projecten | 1.189 | 1.061 | ||
| Totaal | 5.220 | 5.703 | ||
Toelichting pensioenuitvoeringskosten
Onder 'Bestuurskosten' is naast de bezoldiging van het Bestuur ook de bezoldiging van de Raad van toezicht en het Verantwoordingsorgaan opgenomen.
De post 'Controle en advies Actuaris' omvat de kosten voor certificering en kosten van advies.
De post 'Kosten adviseurs' omvat voornamelijk kosten voor de Compliance Officer, Interne Audit Sleutelfunctie houder, Risicobeheer Sleutelfunctiehouder, Actuariële Sleutelfunctiehouder en juridische adviezen.
De post 'Accountantskosten' omvat de kosten voor de controle van de jaarrekening. Daarnaast zijn er in het kader van datakwaliteit ook andere kosten voor controle werkzaamheden gemaakt. Deze zijn opgenomen in de post 'Projecten'.
De post 'Contributies en bijdragen' omvat de contributies en bijdragen voor AFM, DNB, de Pensioenfederatie en Stichting Pensioenregister.
De 'Overige kosten' bestaan voornamelijk uit communicatiekosten en bankkosten voor betalingsverkeer.
Onder 'Projectkosten' zijn onder andere opgenomen: kosten voor de uitwerking van het pensioenakkoord, een deel van de implementatievergoeding voor het onderbrengen van de administratie bij TKP, implementatievergoeding WDO, DORA implementatiekosten en juridische kosten.
In de kosten voor de uitvoering van het pensioenbeheer zitten ook kosten die toegerekend kunnen worden aan het vermogensbeheer. Hiertoe horen bijvoorbeeld een gedeelte van de beloning van de bestuurders, de ALM-studie en een gedeelte van de controlekosten van de accountant en actuaris.
In de jaarrekening 2024 is de wijze waarop een deel van de pensioenuitvoeringskosten aan de vermogensbeheerkosten is toegerekend, gewijzigd. Deze is meer in lijn gebracht met de activiteiten die besteed worden aan het vermogensbeheer, waardoor een bedrag van 711 in 2024 (2023: 90) van de pensioenuitvoeringskosten is toegerekend aan de kosten van het vermogensbeheer. Deze wijziging heeft geen impact op het resultaat en vermogen van 2024.
Personeelsleden
Het pensioenfonds heeft geen werknemers in dienst. De bestuursondersteuning is uitbesteed aan Actor, de pensioenuitvoering en financiële administratie is uitbesteed aan TKP Pensioen (TKP).
Honoraria onafhankelijke accountant
| (bedragen x € 1.000) | Onafhankelijke accountant | Overige netwerk | Totaal | |||
| 2024 | ||||||
| Controle van de jaarrekening | 78 | 0 | 78 | |||
| Controle van de jaarrekening voorgaand jaar | 0 | 0 | 0 | |||
| Andere controle werkzaamheden | 25 | 0 | 25 | |||
| Andere niet-controle diensten | 0 | 0 | 0 | |||
| Totaal | 103 | 0 | 103 |
De kosten voor andere controle werkzaamheden van 25 zijn in het overzicht van de pensioenuitvoeringskosten opgenomen onder Projectkosten.
| (bedragen x € 1.000) | Onafhankelijke accountant | Overige netwerk | Totaal | |||
| 2023 | ||||||
| Controle van de jaarrekening | 75 | 0 | 75 | |||
| Controle van de jaarrekening voorgaand jaar | 0 | 0 | 0 | |||
| Andere controle werkzaamheden | 0 | 0 | 0 | |||
| Andere niet-controle diensten | 0 | 0 | 0 | |||
| Totaal | 75 | 0 | 75 |
De werkzaamheden zijn dit boekjaar uitgevoerd door Forvis Mazars Accountants N.V.
In de opstelling is de methode gehanteerd waarbij wordt opgegeven de in het boekjaar ten laste gebrachte totale honoraria voor onderzoek van de jaarrekening en verslagstaten en de totale honoraria voor andere controleopdrachten, uitgevoerd door de externe accountant.
Overeenkomstig artikel 96 van de Pensioenwet wordt vermeld dat:
- Het pensioenfonds in het boekjaar 2024 geen dwangsommen en boetes zijn opgelegd;
- Het pensioenfonds in het boekjaar 2024 geen aanwijzing als bedoeld in artikel 171 van de Pensioenwet is gegeven;
- In het boekjaar 2024 geen bewindvoerder als bedoeld in artikel 173 van de Pensioenwet is aangesteld.
12. Mutatie technische voorzieningen voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Pensioenopbouw | 38.680 | 30.942 | ||
| Rentetoevoeging | 33.884 | 29.948 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringkosten | -8.133 | -7.441 | ||
| Wijziging marktrente | 44.618 | 10.797 | ||
| Wijziging actuariële grondslagen | -5.910 | 2.351 | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | -3.268 | -13.697 | ||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | 616 | 177 | ||
| Totaal | 100.487 | 53.077 |
13. Saldo overdrachten van rechten voor risico pensioenfonds
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Ontvangen waardeoverdrachten | -317 | -104 | ||
| Ontvangen waardeoverdrachten klein pensioen | -769 | -2.306 | ||
| Uitgaande waardeoverdrachten | 2.010 | 4.333 | ||
| Uitgaande waardeoverdrachten klein pensioen | 1.254 | 10.571 | ||
| Totaal | 2.178 | 12.494 |
Vanaf augustus 2022 staat de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds boven de 100% waardoor het proces waardeoverdrachten weer is opgestart. Er hebben voornamelijk uitgaande waardeoverdrachten plaatsgevonden.
Pensioenfondsen mogen kleine pensioenen overdragen aan een ander pensioenfonds ook al zijn de fondsen in onderdekking (richtlijn Pensioenfederatie). De overdrachtssom van de overgedragen kleine pensioenen bedraagt 1.254.
14. Overige lasten
| (bedragen x € 1.000) | 2024 | 2023 | ||
| Betaalde interest waardeoverdrachten | 7 | 6 | ||
| Betaalde interest overig | 1 | 1 | ||
| Overige | 10 | 38 | ||
| Totaal | 18 | 45 |
Belastingen
De activiteiten van het pensioenfonds zijn vrijgesteld van belastingheffing in het kader van de vennootschapsbelasting.
Vaststelling van de jaarrekening door het bestuur
Het bestuur van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf heeft de jaarrekening 2024 vastgesteld in de vergadering van 17 juni 2025.
Regina Schoutsen
Werkgeversvoorzitter
Tim van der Rijken
Bestuurslid
Gerard Sirks
Bestuurslid
Peggy Wilson
Werknemersvoorzitter
Michel Pet
Bestuurslid
José Meijer
Bestuurslid
Hennie de Graaf
Voorzitter Raad van Toezicht
Hans Peters
Lid Raad van Toezicht
Ruben Beil
Lid Raad van Toezicht